Een kiesdrempel?

Een kiesdrempel?

Het blijft leuk, bij elke verkiezing hebben we in dit land onze vaste tradities. Bij lokale verkiezingen gaan we duiden of lokale partijen links of rechts zijn en of het nou verstandig is lokaal te stemmen. Bij verkiezingen voor waterschappen en provincies discussiëren we of we niet gewoon zonder midden bestuur kunnen. Bij de Europese verkiezingen praten we over de zin en onzin van Europa en of we de EU niet af moeten schaffen. En, zoals nu, bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer hebben we het debat aangaande de kiesdrempel. Hieronder zullen we het hebben over enkele argumenten voor en tegen. Ik pretendeer niet compleet te zijn maar de meest gebruikte argumenten probeer ik wat nader te onderbouwen waarna ik zal komen tot een conclusie.

Een kiesdrempel is niks anders dan een minimum percentage dat een partij moet halen om überhaupt in de kamer te komen. In Nederland hebben we formeel geen kiesdrempel, wél moet er minimaal 1 zetel worden gehaald om de Kamer in te kunnen komen, dus men zou kunnen zeggen dat er de facto een drempel van 0,67% is. Vaak wordt hierbij het voorbeeld van Duitsland aangehaald waar dit percentage 5% is, zie bovenstaand plaatje voor overige voorbeelden. In Nederland zou dat dus neerkomen op 7,5 zetels in de Tweede Kamer. Iedereen die daaronder zit, staat dus met lege handen en komt niet in de kamer. Bijgevoegd een tabelletje gebaseerd op de uitslag van 2010 en de peilingen in 2012. De lijnen vertegenwoordigen kiesdrempels van 3, 5 en 10% en 10 zetels. Dit om een beeld te krijgen wie er buiten de boot zouden vallen als we een drempel zouden invoeren.

kiesdrempel-gevolgen-1

Maar wat zijn nou de argumenten voor zo’n kiesdrempel? Die zijn vooral gelegen in de relatieve eenvoud waarmee een regering gevormd kan worden. Momenteel zouden sowieso slechts 5 a 6 partijen een van de vier voorgestelde mogelijke kiesdrempels halen. De stemmen die verloren gaan door niet vertegenwoordigde partijen worden overigens weer verdeeld over de wél verkozen partijen die daardoor dus nog wat groter worden dan ze nu zijn. Dat maakt het dus eenvoudiger om met twee of drie partijen een stabiele meerderheidsregering te vormen. Daarnaast zullen de partijen die verkozen worden, breder zijn. Dat wil zeggen, veel aanhangers van kleinere partijen die nu niet verkozen raken, zullen zich aansluiten bij een van de grotere partijen. Hierdoor zullen deze partijen extremere flanken krijgen en dus ideologisch veel breder worden, denk hierbij, wat betreft brede ideologie, aan de twee belangrijkste partijen in de Verenigde Staten. Hierdoor zullen de grote partijen makkelijker naar beide kanten van het spectrum kunnen uitwijken dan zij nu doen omdat de flanken van de verschillende partijen elkaar nog meer zullen raken dan nu reeds het geval is.

Dan de argumenten tegen de kiesdrempel. Het eerste argument is heel simpel. Er zullen stemmen verloren gaan. Op dit moment gaat ongeveer 1% van de stemmen verloren door stemmen die worden uitgebracht op partijen die geen zetel halen. Op het moment dat we het hebben over een kiesdrempel van 5%, en de huidige situatie qua partijsamenstelling, praat je al bijna over 15% verloren stemmen. Daarnaast zal het vele malen moeilijker worden om een nieuwe partij te starten. Veel partijen in het Nederlandse stelsel komen met maximaal 5% in de kamer, als ze er al in komen. Daar komt in Nederland nog eens bij dat een partij pas serieuze financiële overheidssteun krijgt als de partij daadwerkelijk zetels in de Tweede Kamer heeft. Dus het wordt voor partijen vrijwel onmogelijk om verkozen te worden, waardoor zij financieel zo ver achter komen op de zittende partijen dat het vrijwel onmogelijk wordt die achterstand in te halen.

Hoe moeten we deze argumenten voor en tegen nou wegen? Vrij moeilijk, het hangt er namelijk van af wat het doel van de Tweede Kamer/de democratie is. En dat, heb ik ondertussen geleerd, is zeer persoonlijk. Zelfs binnen een partij die het woord democraten of een andere die het woord democratie in de naam hebben, zijn er voorstanders voor beide zijdes te vinden. Ikzelf ben van mening dat we het beste veel kleine partijen kunnen hebben, en dus geen kiesdrempel, behalve dan de kiesdeler, zodat we de pluriformiteit van onze samenleving terug zien in het parlement. Ook ik ben absoluut gevoelig voor een grotere efficiëntie in het debat en in eenvoudiger regeringsonderhandelingen maar democratie mag wat kosten wat mij betreft. Daar komt bij dat ik liever 10 stemmen terug hoor in het debat waar ik het ten zeerste mee oneens ben dan dat ik maar een half woord mis waar de wereld beter van zou kunnen worden.

Advertenties

Een gedachte over “Een kiesdrempel?

  1. Als er een kabinet met de ChristenUnie komt (5 zetels), dan zou dat een unicum zijn in Nederland. Er heeft in de Nederlandse geschiedenis nog nooit een partij meegeregeerd die minder dan 4% van de zetels (oftewel, 6 van de 150 zetels) heeft gehaald. In de naoorlogse geschiedenis hebben zowel de ChristenUnie als D66 met 6 zetels meegeregeerd. De facto lijkt Nederland een kiesdrempel van 4% te hebben voor wat betreft coalitievorming. Daar kunnen meerdere redenen voor zijn, maar feit is dat de allerkleinste partijen nooit in overweging worden genomen voor een serieuze coalitie.

    Dan maar een kiesdrempel van 4% invoeren, net als Oostenrijk? Dat lijkt me ook te ver gaan.
    De kleine partijen (max. 5 zetels) hebben in 2017 samen 22 zetels bemachtigd en zijn samen groter dan de 2e grootste partij (PVV met 20 zetels). Het gaat om 1.5 miljoen stemmers in totaal.

    Partijen zoals PvdD, SGP en 50Plus zullen waarschijnlijk nooit meeregeren, maar het is eerlijk én democratisch dat zijn hun kiezers in de kamer vertegenwoordigen. In Duitsland zijn er elk jaar weer 7 miljoen (!) stemmen die onder de kiesdrempel vallen en geen vertegenwoordiging krijgen. In Nederland ging het in 2017 om ongeveer 100.000 mensen die geen vertegenwoordiging hebben gehad.

    En toch… drie partijen (VoorNederland, PiratenPartij en Artikel 1) kwamen ongeveer halverwege een zetel. Nu raken we 22 zetels ‘kwijt’ aan kansloze partijen. Maar wat als dat 40, 60, of… 75 worden? Willen we echt coalities van 10 partijen in de toekomst?

    Een mogelijk alternatief zou een hybride model zijn. Géén kiesdrempel voor de eerste zetel. Maar als je minder dan 4% van de stemmen hebt, dan krijg je maximaal één zetel. Zodoende krijgen kiezers zoals PvdD-stemmers de kans om gehoord te worden in ons parlement, maar verliest ons parlement geen slaagkracht en krijgen we makkelijker stabiele coalities.

    Binnen zo een systeem zoude partijen via lijstverbindingen ook kunnen voorkomen dat stemmen ‘verloren’ gaan. Bijv. ChristenUnie en SGP zouden met CDA kunnen verbinden zodat hun boventallige stemmen naar het CDA gaan in het geval ze de kiesdrempel niet halen. En voor PvdD zou GroenLinks een goede keuze zijn.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s