Categorie: Nederland

De formatie is geklapt, so what?

De formatie is geklapt, so what?

Gisteren kwam, met een stroom van newsalerts het nieuws naar buiten dat de onderhandelende partijen er niet uit kwamen. VVD, CDA, D66 en GroenLinks(GL) konden niet tot een coalitie komen. Meteen waren alle kenners en specialisten overal op TV te zien. Ook werd er al snel gespeculeerd over welke partij de “schuldige” van het klappen was. De consensus lijkt te zijn dat die schuld bij GL ligt en dat dat misschien niet eens heel dom van ze was. Tegelijkertijd denken sommigen dat het misschien een inleiding op een latere samenwerking zou kunnen zijn.

Ondertussen werd er de afgelopen weken al veel geroepen over met wie wel en niet samengewerkt moest worden. Vooral de dolk die Wijffels professioneel in de rug van Buma plantte, was opvallend. Overigens was deze dolk iets subtieler dan de dolk die hij in 2012 gebruikte maar dat terzijde.

Bij de VVD waren er ook kritische geluiden die uiteen liepen van wat ooit “groenrechts” heette die voor samenwerking met GL pleitten. Tot geluiden van de rechter- danwel asfaltzijde van de partij kwamen om vooral NOOIT met GL samen te werken.

Bij GL waren al snel grote twijfels of er vooral met de VVD wel te regeren zou zijn. Zeker omdat Jesse Klaver meerdere malen de VVD als weinig ideale partner had weggezet.

D66 leek vooral heel blij te zijn dat ze aan tafel zaten.

Maar wat betekent dit allemaal voor u en mij? Helemaal niks! Vier jaar geleden werd er hard werk gemaakt van een coalitie zodat de crisis kon worden aangepakt. Dat was inderdaad verstandig, stevige, soms zelfs harde afspraken, hebben er, mede, voor gezorgd dat Nederland er nu een stuk beter voor staat.

Nu is de situatie anders. De economie is tenminste gestabiliseerd en lijkt de samenleving in alle geledingen op positieve wijze te raken. Voor de fijnproever, dat betekent dus niet dat ieder individu daar ook direct de vruchten van plukt. Het betekent wel dat alle sociale geledingen het gemiddeld beter hebben en krijgen.

We hoeven überhaupt niet heel bang te zijn voor demissionaire periodes. Het kan soms wat vervelend zijn omdat zaken die door de Tweede Kamer controversieel zijn verklaard niet worden besproken. Maar zoals België heeft laten zien in 2010-2011, hoeft het allemaal niet heel erg dramatisch te zijn.

Er is echter nog een reden dat ik mij geen zorgen maak. Ik ben VVD’er en heb ook bij de afgelopen verkiezingen weer op de VVD gestemd. Ik sta dan ook achter het gedachtengoed van deze partij. Ik neem aan dat de meesten van u op deze manier een partij hebben gekozen. Het probleem komt daarna. Want na de verkiezingen moet er een regering komen. En dan wordt ineens het mooie aan onze democratie, de pluriformiteit, een twistpunt. Er moeten namelijk compromissen worden gesloten of zelfs punten worden uitgeruild. En dit kan ook niet anders met een veelheid aan partijen zoals wij die kennen. Dit is iets wat letterlijk na iedere verkiezing weer gebeurt en ook niet anders kan zolang wij geen absurd hoge kiesdrempels invoeren of een tweepartijen stelsel instellen.

Ik ga mij pas druk maken op het moment dat er een volledig onderhandelaarsakkoord is. Want pas dan en geen seconde eerder weet ik wat er staat te gebeuren, waar ik mij in kan vinden, punten van mijn partij, maar ook waar ik niet op zit te wachten, punten van andere partijen. Dan kan ik dus ook pas zeggen of ik uiteindelijk denk genoeg terug te zien van mijn stem of niet. Na de vorige onderhandelingen, was ik behoorlijk tevreden over het akkoord. Niet vanwege de dingen die weg waren gegeven maar juist om de dingen die waren binnengehaald. Ik herkende mijn stem goed terug en was daar bijzonder blij mee, ondanks de zaken die waren afgesproken waar ik niet blij mee was.  Het heeft voor mij dan ook geen zin om naar allerlei deelafspraken te kijken, het geheel van afspraken en deals, dat is wat mij interesseert. Het kan namelijk best de moeite waard zijn een ideologisch kroonjuweel in te leveren als daar maar genoeg tegenover staat.

Vandaar dus dat ik dus op het nieuws van de gefaalde onderhandelingen reageer met: “So what?” Het land wordt er niet slechter van en inhoudelijk maakt het niet veel uit met wie er wordt onderhandeld. Zolang er maar een fatsoenlijk akkoord uit komt waar alle partijen zich aan houden, en ik bij voorkeur (een deel van) mijn stem terug zie.

Advertenties
Het einde van een wondere wereld

Het einde van een wondere wereld

Hij is niet meer, de man die zo ongeveer eigenhandig mijn interesse in wetenschap, het heelal en gimmicks heeft gewekt. Chriet Titulaer, de televisiepersoonlijkheid met het meest fantastische accent ooit.

Ik heb niet heel veel herinneringen aan televisie in de jaren 80, buiten de tekenfilms en natuurlijk het jeugdjournaal. Maar Chriet, ach Chriet was er altijd. Nouja, hij zal ook wel vrij zijn geweest maar in mijn hoofd was hij dagelijks op televisie en legde hij al die dingen uit die ik niet wist en liet dingen zien die er in de toekomst aan zouden komen.

Legendarisch is natuurlijk dit item over de telefoon van de toekomst:

Maar ook het huis van de toekomst:

U ziet al aan de filmpjes, Chriet had een bijzonder warme persoonlijkheid en wist soms lastige technologie op een ontnuchterend simpele manier uit te leggen.

Chriet was opgeleid als sterrenkundige en kwam in aanraking met de televisie in 1969 bij de maanlanding van Apollo 11. Hij werd voor die gelegenheid ingehuurd als medepresentator. Sindsdien is hij eigenlijk niet meer van de buis geweest.

Chriet heeft door de decennia veel technologie geïntroduceerd in de Nederlandse huiskamers, sommige voorspellingen zouden incorrect blijken te zijn, veel vaker echter had hij het bij het rechte eind. Een leuk voorbeeld van een goede voorspelling dat ik aantrof gaat over glasvezel uit 1985.

Afgelopen weekend is hij heengegaan. Maar zijn invloed zal nog generaties te merken zijn. Vanavond zal ik naar de sterrenhemel kijken en proberen uit te vogelen waar planetoïde  12133 Titulaer precies staat. Ik zal hem groeten en danken voor alles.

What has EU(rope) ever done for me?

What has EU(rope) ever done for me?

Het is vandaag 60 jaar geleden dat het verdrag van Rome is getekend. Met de ondertekening was de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap(EEG) een feit. Dit verdrag was in feite een volgende stap na het verdrag van Parijs, 1951, dat de basis vormde voor de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal(EGKS). Voor de fijnproever heb ik boven een diagram met verschillende Europese samenwerkingen toegevoegd.

Het verdrag van Rome was een verdrag tussen zes landen te weten: België, Nederland, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië. De kern van eigenlijk alle Europese samenwerkingen. Het basisidee achter dit verdrag was om economische samenwerking tussen de landen te optimaliseren, landbouwsubsidies te uniformeren en een douane-unie in te stellen. Daarnaast werd op hetzelfde moment, in een separaat verdrag, overigens ook Euratom opgericht.

Al deze verschillende ontwikkelingen en verdragen, en nog veel meer natuurlijk, leidden uiteindelijk tot de oprichting en uitbreiding van de Europese Unie zoals we die tegenwoordig kennen. En het zal u niet zijn ontgaan, er is nogal wat discussie over Europa en de EU. Twee totaal verschillende dingen overigens.

Europa is ons continent en gaat wat mij betreft veel meer om de landen en de mensen. De EU is de samenwerking die we met deze andere landen hebben opgetuigd. Europa is wat mij betreft dan ook niet de term die we moeten bezigen in dit soort discussies. De meeste mensen bedoelen de EU op het moment dat ze kritiek uiten. Waarom dit belangrijk is? Omdat woorden ertoe doen! Europeanen als mensen hebben doorgaans niet heel veel problemen met elkaar en vinden het vaak zelfs wel leuk om bij elkaar op vakantie te gaan en wat te handelen. Het zijn tenslotte toch onze, al dan niet directe, buren. Als er in het verleden al iets misging, ging dit doorgaans mis tussen koningen, regeringen of naties.

De EU, dat is een ander verhaal. De EU is een geheel van politieke en ambtelijke samenwerkingsverbanden die voor de gemiddelde inwoner van Europa nog slechter te doorgronden zijn dan de ministeries en politieke lagen in de eigen landen.

Daar ontstaan dan ook de problemen en de ellenlange discussies. Want heel veel van de dingen die Europeanen willen, een beetje vakantie vieren en een beetje handelen dus, probeert de EU te regelen. Daarvoor zijn wetten en regels nodig die voor de hele unie gelden. En daar heb je je probleem.

Voor wetten hebben we een volksvertegenwoordiging, parlement, en een uitvoerend orgaan, regering, nodig. In het Europees Parlement en de Europese Comissie hebben we die beiden, soort van in ieder geval. Doordat we in Europa echter ook vast willen houden aan onze natiestaten, is het erg lastig te doorgronden wie nou precies wat mag bepalen en hoe dat democratisch werkt. Want het parlement kan geen belastingen innen en dus ook geen eigenstandige begroting maken. Daarnaast wordt de Europese Commissie voorgesteld door de Raad van de Europese Unie(vergadering van ministers) en de beoogd voorzitter van de Europese Commissie en kan het parlement na hoorzittingen enkel akkoord of niet akkoord gaan met de voltallige commissie. Niet bepaald een ideaal democratisch plaatje natuurlijk.

Dan hebben we nog allerhande regels en wetten die voorgesteld en besloten worden door de Europese instellingen. Sommigen lijken in onze ogen bizar en bureaucratisch, anderen lijken gewoon niks toe te voegen. Bij al deze wetten geldt dat onze eigen regering, onder anderen via de Raad van de Europese Unie, Europees/nationaal parlement en eurocommissaris hier iets van hebben gevonden en uiteindelijk linksom of rechtsom, actief of passief, hebben ingestemd.

Betekent dit dat het dan per definitie goed of niet goed is? Nee, zeker niet. Het betekent dat het systeem anders, inzichtelijker en democratischer moet. Want Europeanen zijn doorgaans wel erg blij dat ze makkelijk bij elkaar op vakantie kunnen, wat kunnen werken, met euro’s op zak.

Maar wat heeft de EU/Europa nou ooit voor míj gedaan? De vraag komt, maar dan over de romeinen, uit de klassieke Monty Python film Life of Brian. Patrick Stewart heeft een ode aan deze sketch opgenomen in reactie op Theresa May die uit de Europese Conventie voor Mensenrechten wilde stappen.

De vraag blijft echter een goede en zeer persoonlijke vraag. Want om maar met de deur in huis te vallen, alles afwegende ben ik toch voorstander van de Europese Unie. Nee, ik wil geen federaal Europa en ik geloof ook niet in een Europees leger. Maar ik ben wel heel blij dat we een EU hebben.

Maar waarom ik dan toch blij ben met de EU? Laat ik beginnen met een lijstje open deuren:

Open grenzen, de euro, im- en exporteren, Europees BTW nummer, handel, democratie in Oost-Europa, Ontwikkelen van buurlanden van de EU, mensenrechten, stabiliteit en natuurlijk vrede. Ik kan nog even doorgaan met dit lijstje maar laten we het hier even bij houden. En natuurlijk, al deze individuele punten kunnen ook op een andere multilaterale manier worden geregeld. Maar ik vind het wel zo prettig dat we dit in een coherente set regels en wetten hebben weten te vatten.

Daarnaast is er nog een zeer persoonlijke reden dat ik de EU altijd iets positiever zal zien. Dankzij de EU heb ik mijn Deense verloofde leren kennen, dankzij de EU konden wij in de tijd dat wij met elkaar uitgingen makkelijk en zonder gedoe heen en weer reizen, dankzij de EU kon zij zich makkelijk in Nederland vestigen, dankzij de EU kon zij direct aan het werk en dankzij de EU zal ons huwelijk in ons beider landen zonder veel gedoe worden erkend.

Dus met uw welnemen, vier ik dit weekend 60 jaar verdrag van Rome een klein beetje mee met in mijn achterhoofd deze woorden van Margaret Thatcher: “My first guiding principle is this: willing and active co-operation between independent sovereign states is the best way to build a successful European Community.”

Turkije onze “democratische” “vriend”

Turkije onze “democratische” “vriend”

U weet het, ik ben niet de grootste vriend van de huidige Turkse regering. Sterker nog, ik heb Erdogan een dictator, al dan niet met genocidale neigingen, maar ook een slim onderhandelaar en natuurlijk een geitenneuker genoemd.

Maar na dit weekend is het zo mogelijk nóg erger geworden. U heeft waarschijnlijk wel gelezen over de Turkse minister van buitenlandse zaken waarvan op het laatste moment de landingsrechten op Rotterdam werden ingetrokken. Vervolgens stuurde Turkije natuurlijk een andere minister die toch in Duitsland was, per auto naar Rotterdam als vervangster, die werd vervolgens tegengehouden bij het consulaat aldaar. Dit alles terwijl vanuit Ankara duidelijk werd gemaakt dat de Nederlandse ambassadeur voorlopig niet mag terugkeren naar Turkije en de consulaten en ambassade van Nederland gesloten moeten worden vanwege de veiligheid. En hiermee is dit verhaal natuurlijk nog lang niet klaar.

Laten we het eerst eens hebben over het hoe en waarom. Want op zich komen er vaker Turkse ministers naar Europa en natuurlijk ook naar Nederland. De reden van hun komst nu echter was het referendum dat binnenkort in Turkije gehouden gaat worden. De ministers wilden hier een speech houden waarin ze een ja stem voor het referendum sterk wilden aanbevelen bij mensen die hier wonen met stemrecht in Turkije.

Is dat dan een reden om deze bewindslieden te weigeren? Zeker als we ons beseffen dat Turkije een bevriende natie en NAVOlid is. In principe moet ieder individu in Nederland natuurlijk alles kunnen zeggen. De vrijheid van meningsuiting is voor mij een reusachtig goed dat enkel ingeperkt mag worden als de veiligheid en/of de vrijheid door iemands uitingen zeer ernstig in het geding komen. Het feit dat de persoon in kwestie een abjecte mening komt verkondigen, is, hoe laakbaar ook, voor mij geen reden hem of haar te weigeren. Het gaat heir echter om een andere situatie het gaat hier namelijk niet om de mening van een natuurlijk persoon maar evident en openlijk om de mening van een regering/een land. Het gaat dus niet zozeer om een mening als zodanig maar om propaganda en dat is al meteen een ander verhaal. En brengt ook een ander afwegingskader met zich mee wat mij betreft. Zeker als de te verkondigen mening de binnenlandse situatie evident stevig zal destabiliseren.

Maar terug naar de casus, gelukkig heeft onze minister-president een duidelijke verklaring op facebook geplaatst. De beslissing is dus genomen omdat Turkije, ondanks gesprekken om de veiligheid en stabiliteit van de samenleving te garanderen, openlijk probeerde de Nederlandse regering te chanteren. Niks meer, niks minder. Als vervolgens Erdogan ons land “nazi overblijfselen en fascisten noemt”, is voor mij de maat gewoon vol. Ik heb helemaal geen zin meer om met deze Turkse regering ook maar in enig internationaal verband samen te werken.

Een land dat bezig is te vervallen tot een dictatuur. Een land dat de wereld gegijzeld houdt in het vluchtelingendrama dat zich nog steeds afspeelt. Een land dat op grove wijze mensenrechten schendt. Een land dat journalisten en kritische geesten vastzet of laat omkomen. Een land dat het merendeel van zijn rechterlijke macht heeft ontslagen. Een land waar etnische minderheden structureel onderdrukt worden. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Als een land dat dusdanig door en door verrot is, het bestaat om ons vervolgens op een dusdanig grondige wijze te schofferen, dan moet dat land het ook maar lekker zelf uitzoeken. Ik ben een groot voorstander van een wereld met zo min mogelijk grenzen. Maar het lijkt mij uitstekend als we per direct een verzwaarde visumplicht met Turkije in gaan voeren, onze diplomaten voor onbepaalde tijd terugroepen, alle Turkse diplomaten per direct het land uitzetten, Turkije uit de NAVO zetten, stoppen met de onderhandelingen tussen de EU en Turkije en alle bilaterale verdragen annuleren.

Want het is echt genoeg geweest. Als een land ons op deze manier behandelt, na alle eerdere schermutselingen, dan moeten we alle banden met Turkije verbreken. Want met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

Alternative of malreported facts

Alternative of malreported facts

Laat ik beginnen met excuses. Ik zal vandaag vrij veel Engelse woorden gaan gebruiken. De reden hiervoor is vrij simpel. Ik wil het graag met u hebben over het boek 1984 van George Orwell. Overigens ook als u de film heeft gezien, of als u in de bijzonder gelukkige omstandigheid bent geweest dat u de briljante en beklemmende uitvoering van het toneelstuk in London heeft bijgewoond, dan zult u goed begrijpen waar ik het over wil gaan hebben.

Ik wil het namelijk met u hebben over Newspeak, de taal die het regime, bestaande uit de partij/ideologie Ingsoc, afgeleid van English Socialist Party, invoert in Oceania, een van de superstaten in dit boek. En om die taal op een goede manier te kunnen linken aan het hier en nu, moet dat wel met de originele Engelse woorden.

Waarom dit momenteel zo relevant is? Ik werd laatst getroffen door een vreemd gevoel. Voor de zoveelste keer was er op tv/laptop, mijn persoonlijke telescreen zo u wil, een item over Trump en zijn adviseurs, de inner party. De onderwerpen waren alternative facts en fake news. Termen die we ondertussen te pas en te onpas tegenkomen. In mijn hoofd begon echter een langzaam proces op gang te komen, een proces dat zou leiden tot de herinnering die ik vandaag met jullie wil delen. In 1984 worden namelijk veel nieuwe en door Orwell verzonnen termen gebruikt, hiervoor heb ik er al een paar benoemd, maar de meest bekende als room 101, big brother of BB en doubleplusgood komen daar nog eens bij.

De termen waar het mij echter om gaat, zijn de termen: Misprint, malquoted en malreported. Deze drie termen betekenen in de basis hetzelfde; een foute weergave door de media van de mening of doelen van de overheid, in de ogen van diezelfde overheid. En dit is waar ik me zorgen begon te maken over wat er nu gaande is in de wereld en dan in het bijzonder in de Verenigde Staten en in ons eigen land.

Als we één ding hebben geleerd in onze millennia hier op aarde dan is het wel dat kennis macht is. En degene die gezaghebbend deze kennis verspreidt is misschien wel de machtigste. Het is dan ook niet voor niks dat ik mij ontzettend kan opwinden over het beknotten van de vrijheid van de media. Als de overheid zich actief met media gaat bezighouden, leidt dat enkel tot onheil. Dit is ook de reden dat in 1984 zoveel aandacht aan de manipulatie van de media, vooral ook manipulatie achteraf, wordt besteed.

En heel lang heb ik gedacht: ”Wat een onzin, feiten zijn feiten.” En natuurlijk, op het moment dat Winston, hoofdpersoon in het boek, wordt gemarteld en verteld wordt dat 2+2 ook prima 5 kan zijn, dacht ook ik, wellicht na foltering, zou ik andere feiten kunnen zien. Maar wat blijkt nu, heden ten dage is het doodnormaal dat politici willens en wetens leugens verspreiden en nog zorgwekkender, zelfs objectieve feiten, bijvoorbeeld uitspraken, opgenomen door verschillende televisiestations, ontkennen.

Onwillekeurig schoot even door mijn hoofd, wat nou als de politici in kwestie gelijk hebben en de heersende klasse die beelden van al die zenders achteraf heeft gemanipuleerd en aangepast. Maar misschien is dat wel een thought crime.

Hoe het ook zij, dat 1984 een meesterwerk is, daar zijn de meesten die het boek gelezen hebben, het wel over eens. Daarnaast, alleen al het aantal nieuwe woorden dat Orwell op deze wijze heeft toegevoegd aan de Engelse taal, laat zien dat de invloed van het boek tenminste op die manier groot is.

Ikzelf heb jaren gedacht dat de dystopische toekomst die Orwell schetste veel te onrealistisch was. Ik begin mij het laatste jaar echter wat meer zorgen te maken. Niet dat ik een grote angst heb voor welke Amerikaanse president of Nederlandse partijleider dan ook, veel zorgwekkender is dat de ostentatieve manipulatie van de (sociale) media door de samenleving wordt gezien als de normaalste zaak of zelfs helemaal niet wordt gezien. En hier komt de moeilijkheid, omdat de media vrij moeten zijn, kunnen we ook niet heel hard optreden tegen de manipulatie van nieuwsberichten. Men is tenslotte vrij om te publiceren wat men wil. Als we dit anders willen zien, dan zal er een instantie moeten komen die kan censureren en…. Jawel aanpassen of verbieden na publicatie. En daarmee is de cirkel van media manipulatie rond. En natuurlijk kunnen nu al sommige grootschalige en kwetsende leugens langs juridische weg worden gecorrigeerd, de grootste en meest wijdverbreide leugens kunnen echter nog steeds niet of moeilijk worden aangepakt.

Wat moeten we nu dan als kritische mediaconsument? Laten we beginnen met een breed aantal bronnen wanneer we media tot ons nemen. Zeker als het gaat om gratis media. Dat brengt me meteen bij een tweede punt, laten we vooral ook geld uitgeven aan onze nieuwsmedia zodat professionele journalisten en onderzoekers in ieder geval de grootste troep eruit wieden. Begrijp mij niet verkeerd, ook hier kan absoluut sprake zijn van vooroordelen en manipulatie maar de kans is doorgaans iets kleiner, en belangrijker, doorgaans weet u uit welke hoek de vooroordelen komen. Zo zal het niemand verbazen als de Telegraaf iets positiefs over rechtsere law and order partijen zegt of wanneer de Volkskrant de linksere partijen in het zonnetje zetten. Hier komt mijn eerste punt daan weer van pas. Tot slot, simpeler kan bijna niet, geloof niet alles wat u leest! Twijfel aan berichten die u vreemd in de oren klinken maar bedenk ook bij informatie die u logisch in de oren klinkt, dat het niet de waarheid hoeft te zijn.

Afsluitend ben ik het u eens wanneer u zegt dat u malreporting en malquoting nog iets enger vindt dan een individuele politicus die bewust valse of oneigenlijke informatie verspreidt. Maar het komt wel verdraaid dicht bij elkaar als een president of partijleider dit individu zijn. Als zij dit als persoon al doen en kennelijk goed vinden, is het maar een kleine stap naar Ingsocachtige media taferelen.

Racisme bij de NOS

Racisme bij de NOS

We hebben weer bingo. De media lijken er alles aan te doen om casual racisme en seksisme tot de norm te verheffen. Wat er aan de hand is? Na eerdere momenten waar de media bepaald een modderfiguur sloegen, was het afgelopen week wederom raak, ditmaal bij de vrienden van de NOS.

Ditmaal waren de Chinezen aan de beurt. Bij een item in het sportjournaal aangaande meneer Wang Hui versus voetbalclub ADO Den Haag, meende de NOS de volgende kop in beeld te moeten brengen: ”Fortune cookie voor ADO” Naast het feit dat ik liever de Nederlandse benaming gelukskoekje zou hebben gezien, had ik nóg liever gezien dat er geen verkeerde en racistische term was gebruikt.

Want laten we analyseren wat de NOS probeerde te doen. De NOS wilde aangeven dat voetbalclub ADO Den Haag op alle fronten in het gelijk was gesteld in haar rechtszaak tegen de heer Wang Hui. Het feit dat het hier om een Chinese eigenaar gaat, is onderdeel van het nieuws. Niet alleen vanwege het steeds grotere aantal Chinese geldschieters in het Nederlandse voetbal maar vooral ook vanwege het grote aantal spelers dat tegen reusachtige salarissen naar China vertrekt. Dus op zich is de nationaliteit nieuwswaardig.

Een gelukskoekje doet ook vermoeden dat de NOS niet had verwacht dat ADO in het gelijk gesteld zou worden. Dit verrast mij enigszins, want ik had dat wel verwacht, vooral omdat de contracten in Nederland zijn opgesteld en dus vrij stevig zullen zijn. Maar ok, als de NOS het als verrassing ziet, dan is dat ook nog wel nieuwswaardig.

Wat de NOS dus eigenlijk wil zeggen is: “ADO wint verrassend rechtszaak tegen Chinese eigenaar” Toegegeven, het is wat langer en kan misschien nog wat bondiger. Maar het dekt de lading volgens mij prima. Waarom dan toch gebruik maken van de term fortune cookie? Mijn vrees is dat men bij de NOS niet eens heeft nagedacht over de term.

Want met de term fortune cookie is een heleboel mis. Ten eerste zijn deze koekjes, voor zover te traceren, in de huidige vorm voor het eerst gemaakt in de Verenigde Staten aan het eind van de 19e eeuw/begin 20e eeuw. Daar zijn ze, waarschijnlijk, ook nog eens gemaakt door Japanse immigranten, niet Chinese. Waar iedereen het wel over eens is, is dat er in China in ieder geval géén gelukskoekjes worden gemaakt of geserveerd, behalve die die op kleine schaal uit de VS worden geïmporteerd. Vervolgens wordt de term (fortune) cookie bewust, ofwel onbewust bij het gebruik van deze koekjes in ijs, gebruikt om Chinese Amerikanen te beledigen.

En natuurlijk zal het niet het doel zijn geweest van de NOS om wie dan ook te beledigen, maar het is wel gebeurd. Laten we nou gewoon eens ophouden met het gebruiken van “grappige” of “leuke” namen voor bevolkingsgroepen of naties. Als het nodig is een nationaliteit of een land te noemen, laten we dan gewoon het land of de nationaliteit in kwestie benoemen. Natuurlijk proberen bloggers, journalisten en andere scribenten niet te vaak een woord te herhalen, voor de scherpe lezer, u mag even lachen, maar daarmee staat de deur naar “casual racisme” wagenwijd open. Laten we die deur nou gewoon sluiten en dichttimmeren.

Een pleidooi voor dubbele achternamen

Een pleidooi voor dubbele achternamen

Vandaag heeft minister Van der Steur, naar aanleiding van een petitie, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aangeeft dat hij geen wet zal maken die het mogelijk maakt kinderen de achternamen van hun beider ouders te geven. Hij stelt:” Door mijn ambtsvoorgangers is uw Kamer bericht dat er veel waardering bestaat voor het rapport van de werkgroep, maar dat niet is gebleken van dermate grote en urgente maatschappelijke problemen op het gebied van het naamrecht dat een fundamentele wijziging van wet- en regelgeving op korte termijn noodzakelijk is(…). Ik zie geen aanleiding om dat standpunt nu te herzien.” Het gaat hierbij om het rapport: “Bouwstenen voor een nieuw naamrecht” uit 2010, waarin het mogelijk maken van dubbele achternamen wordt aangeraden. Ik denk dat dit een verstandig advies is waar ik hier graag verder op in ga.

Maar hoe zat het ook alweer met het geven van achternamen? De huidige regels heb ik hieronder overgenomen van de website van de rijksoverheid.

Situaties waarin kind automatisch achternaam krijgt

Als u niet kiest voor een achternaam, dan krijgt uw kind automatisch de naam van de vader of van de moeder. Dit hangt af van uw gezinssituatie:

Getrouwde of geregistreerde ouders (van verschillend geslacht – heterostellen)

Uw kind krijgt automatisch de achternaam van de vader. U kunt ook kiezen voor de achternaam van de moeder. U moet dan samen naar de ambtenaar van de burgerlijke stand. Daar geeft u aan de naam van de moeder te kiezen. U kunt dit doen voor de geboorte of bij de geboorteaangifte.

Ongetrouwde ouders (van verschillend geslacht – heterostellen)

Uw kind krijgt automatisch de achternaam van de moeder. Wilt u dat het kind de achternaam van de vader krijgt, dan moet hij het kind erkennen. De keuze voor de achternaam van het kind vindt plaats bij de erkenning. U moet hiervoor beiden in persoon verschijnen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Erkenning is mogelijk voor de geboorte, tijdens de aangifte van de geboorte of op een later moment na de geboorte.

Ouders van hetzelfde geslacht (2 mannen)

Adopteert u met een andere man een kind, dan kunt u de achternaam van 1 van u beiden kiezen. Voorwaarde is wel, dat het uw eerste kind is. Als dat niet het geval is, krijgt het kind dezelfde naam als de andere kinderen. De naamskeuze vindt plaats ter gelegenheid van de adoptie bij de rechter.

Ouders van hetzelfde geslacht (2 vrouwen)

Als 2 getrouwde of geregistreerde vrouwen een kind krijgen geldt het volgende:

De moeder wordt zwanger door een onbekende donor in de zin van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting. Het kind krijgt de naam van de duomoeder. Maar alleen als de moeder automatisch juridische ouder wordt bij de geboorte. Ze kunnen ervoor kiezen dat het kind de naam van de biologische moeder krijgt.

De moeder wordt zwanger door een bekende donor en de duomoeder erkent het kind. Het kind krijgt de naam van de biologische moeder. Via naamskeuze is het mogelijk dat het kind de naam van de duomoeder krijgt.

Dat was dan de, wat lange, inleiding. Want waarom is dit überhaupt belangrijk? Waarom boeit dit? Laten we eerst met het principe beginnen, waarom zou het níet mogelijk zijn om een willekeurige achternaam te kiezen? Wellicht dat een totaal vrij keuze niet heel handig is in verband met registratie en dergelijke, aan de andere kant waarom eigenlijk niet? Waarom zou men werkelijk iedere voornaam kunnen kiezen maar vastzitten aan een achternaam? Het is ook niet zo dat we daardoor gelijke namen voorkomen. Sterker nog, met het aantal De Boers, Vissers en Bakkers, is het vrij waarschijnlijk dat doublures veelvuldig voorkomen. Maar ok, laten we voor het gemak aannemen dat een volledig vrije keuze nu nog even een stapje te ver is voor de discussie. Maar een kind de achternamen van beide ouders, al dan niet, tot één naam samengevoegd, geven, is helemaal geen gekke gedachte natuurlijk. Daarbij moet op enig moment natuurlijk wel een maximum worden gesteld aan het aantal samen te voegen namen omdat anders de achternaam, na enkele generaties, wellicht in fysieke zin niet meer in een paspoort past, maar daar zijn internationaal al regels voor. En bij het doorgeven van achternamen naar een tweede of derde generatie zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn om wederom een keuze te maken tussen de te gebruiken achternamen, zoals in België sinds 2014 mogelijk is. Of we kunnen standaard twee achternamen meegeven zoals in Denemarken, en in een variant ook in China, jarenlang normaal was en dus wettelijk goed mogelijk. U ziet het, heel veel praktische oplossingen die zelfs al internationaal en door de EU erkend zijn.

Maar zijn er nog andere redenen dan de principiële keuzevrijheid? Jazeker, het zal u niet zijn ontgaan dat onze huidige wetgeving extreem seksistisch is. Maar dan ook echt op het bizarre af. Vooral het verschil tussen een getrouwde en een ongetrouwde vrouw, al dan niet heteroseksueel, en de standaard achternaam die het kind dan krijgt, spreekt boekdelen. Als een vrouw getrouwd is, doet ze er kennelijk niet meer toe en gaat de achternaam van de geregistreerde partner voor, tenzij beide echtelieden besluiten dat het de naam van de geboortemoeder moet zijn. Dit terwijl de logische keuze de standaard is voor de ongetrouwde vrouw, namelijk dat het kind de achternaam van de moeder krijgt. De biologische moeder is de enige waarvan vaststaat, draagmoederschap van een foetus daargelaten, dat zij in biologische zin gerelateerd is aan het geboren kind. Dit betekent dus dat de wetgever lijkt te vinden dat een getrouwde vrouw haar naamrechten opgeeft, ook voor het nageslacht, tenzij er actief een andere keuze wordt gemaakt. Nou snap ik dat er een standaard keuze moet zijn, maar waarom is die niet bij alle geboortes dezelfde? Voor diegenen die ook de achternaam van de partner, vanuit het verleden in de meeste gevallen de vader, dan terug willen zien, zou het mooi zijn als iemand twee achternamen kan voeren. Ik denk dan aan het klassieke Deense systeem met een voornaam, matriarchale naam biologische moeder, patriarchale naam partner. Op deze manier worden beide ouders, indien aanwezig en gewenst natuurlijk, erkend.

Dan is er nog een derde argument, en dat is het argument van de diversiteit. We zien in onze samenleving steeds vaker dat partners met een diverse culturele achtergrond met elkaar trouwen/samenwonen/kinderen krijgen. Hierbij neem ik gemakshalve mijzelf maar even als voorbeeld. Zelf ben ik Nederlands, mijn verloofde is Deense. Mochten wij ooit kinderen krijgen, dan is het heel erg gek als die kinderen slechts mijn zeer Nederlandse, Van Run, of haar zeer Deense, Kvist, achternaam kunnen voeren. Ik zou het prettig vinden als het mogelijk zou zijn om beide culturen terug te zien in de achternaam.

Alles overziend, denk ik dat het verstandig zou zijn geweest als de minister nu in alle rust een traject had ingezet om te komen tot een wet die een vorm van dubbele achternamen mogelijk maakt. Want de vraag was er in 2006 al en is er nu in 2016 nog steeds. Dat betekent dat de wens niet is vervallen. Dat dit wellicht niet het allerbelangrijkste stukje wetgeving is, dat snap ik ook wel, maar waarom is er in 2010, na het rapport, niet gewoon rustig begonnen? Dan hadden we nu een knappe wet kunnen hebben. Ik hoop dat onze parlementariërs hun verantwoordelijkheid nemen en de minister opdracht geven toch te beginnen aan een traject tot wetswijziging of dat zij anders zelf komen tot een wet. Want er zijn wat mij betreft genoeg redenen om onze wetgeving aangaande achternamen, overigens niet alleen voor baby’s, eens goed op de schop te nemen. En of we dan uitkomen op twee achternamen of een achternaam met een streepje, mij is het om het even, zolang het maar mogelijk, dus niet verplicht, wordt achternamen te combineren.

Samsonseks; waarom Vlaanderen leuker is dan Nederland

Samsonseks; waarom Vlaanderen leuker is dan Nederland

Het werd vandaag weer eens pijnlijk duidelijk, Vlaanderen is echt vele malen leuker dan Nederland. In Nederland wordt treitervlogger met 35% van de stemmen winnaar van de woord van het jaar verkiezing, in Vlaanderen wint Samsonseks met 43%. De definitie van dit laatste woord is overigens: “seks terwijl de kinderen naar de televisie kijken (genoemd naar het kinderprogramma ‘Samson en Gert’)”.

De alliteratie, stoutheid en humor van het woord alleen al geven aan dat het echt leuker is in Vlaanderen. Zeker als we het afzetten tegen onze winnaar; treitervlogger. Een lelijk woord dat niet goed bekt en alleen maar ongezelligheid uitstraalt.

Natuurlijk kunnen we onze twee taalgebiedjes niet enkel afrekenen op deze twee woorden, dat zou wat al te kort door de bocht zijn. Aan de andere kant, nergens vind je de ware aard van een groep zo goed terug als in de taal. De aan- en afwezigheid van woorden zeggen bijzonder veel over de mensen die de taal gebruiken. Daarom is het zo aardig om taal te vergelijken, zeker als het om twee verschillende gemeenschappen gaat die erg dicht bij elkaar wonen.

Terug nu naar waarom Vlaanderen leuker is dan Nederland. Hiervoor lijkt het handig dat we eerst kijken naar wat cultuur nou eigenlijk is en of er verschillen tussen de beide gebieden bestaan volgens de literatuur. Gelukkig, die verschillen bestaan echt, het zit dus niet alleen tussen de oren. Maar het feit dat er verschillen zijn, wil nog niet zeggen dat Vlaanderen daardoor per se leuker is. Alhoewel het gras natuurlijk altijd groener lijkt bij de buren.

Zoals gezegd begint het bij de taal. Vlaams klinkt prettiger, vriendelijker en zangeriger dan de meeste Nederlandse accenten. Dit is iets wat niet alleen Nederlanders opvalt, ook expats in Nederland vinden het Vlaams doorgaans prettiger klinken. Dan hebben we de steden, in Nederland mogen we natuurlijk niet klagen over de hoeveelheid leuke steden maar als ik eerlijk ben, zijn Vlaamse steden nog net iets prettiger. Dat kan komen doordat er minder grote steden zijn waardoor de sfeer meer geconcentreerd is in enkele steden of door het derde punt, de gastronomie. Want daar kunnen we in Nederland heel erg veel van leren. Of het nou gaat om een simpel frietje met een biertje, een uitgebreid diner of de gastvrijheid in de etablissementen, in Vlaanderen is, gemiddeld natuurlijk, de kwaliteit net iets hoger. Maar ook mijn favoriete Facebook pagina kan in Nederland niet bestaan, ugly Belgian houses is een waar genot voor eenieder die van ruimtelijke (wan)ordening houdt. De Nederlandse ordening is overigens prima maar in Vlaanderen zie je nog eens iets spannends.

ubh

U ziet het zijn slechts hele kleine puntjes maar daar zit het hem ook in. Het gaat niet om wereldschokkende verschillen. Ik vind het namelijk ook heel erg fijn dat veel dingen hetzelfde zijn. Ik vind het fijn dat we grofweg dezelfde taal spreken. Dat we soortgelijke culturen hebben en dat het daardoor zo makkelijk is om me thuis te voelen. Waarom ik dan nog niet ben verhuisd? Misschien wel omdat het nóg leuker om Vlaanderen als buur te hebben waar je zo nu en dan eens kan genieten van de mooie dingen zonder vast te zitten aan de mindere kanten.

 

Een kiesdrempel?

Een kiesdrempel?

Het blijft leuk, bij elke verkiezing hebben we in dit land onze vaste tradities. Bij lokale verkiezingen gaan we duiden of lokale partijen links of rechts zijn en of het nou verstandig is lokaal te stemmen. Bij verkiezingen voor waterschappen en provincies discussiëren we of we niet gewoon zonder midden bestuur kunnen. Bij de Europese verkiezingen praten we over de zin en onzin van Europa en of we de EU niet af moeten schaffen. En, zoals nu, bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer hebben we het debat aangaande de kiesdrempel. Hieronder zullen we het hebben over enkele argumenten voor en tegen. Ik pretendeer niet compleet te zijn maar de meest gebruikte argumenten probeer ik wat nader te onderbouwen waarna ik zal komen tot een conclusie.

Een kiesdrempel is niks anders dan een minimum percentage dat een partij moet halen om überhaupt in de kamer te komen. In Nederland hebben we formeel geen kiesdrempel, wél moet er minimaal 1 zetel worden gehaald om de Kamer in te kunnen komen, dus men zou kunnen zeggen dat er de facto een drempel van 0,67% is. Vaak wordt hierbij het voorbeeld van Duitsland aangehaald waar dit percentage 5% is, zie bovenstaand plaatje voor overige voorbeelden. In Nederland zou dat dus neerkomen op 7,5 zetels in de Tweede Kamer. Iedereen die daaronder zit, staat dus met lege handen en komt niet in de kamer. Bijgevoegd een tabelletje gebaseerd op de uitslag van 2010 en de peilingen in 2012. De lijnen vertegenwoordigen kiesdrempels van 3, 5 en 10% en 10 zetels. Dit om een beeld te krijgen wie er buiten de boot zouden vallen als we een drempel zouden invoeren.

kiesdrempel-gevolgen-1

Maar wat zijn nou de argumenten voor zo’n kiesdrempel? Die zijn vooral gelegen in de relatieve eenvoud waarmee een regering gevormd kan worden. Momenteel zouden sowieso slechts 5 a 6 partijen een van de vier voorgestelde mogelijke kiesdrempels halen. De stemmen die verloren gaan door niet vertegenwoordigde partijen worden overigens weer verdeeld over de wél verkozen partijen die daardoor dus nog wat groter worden dan ze nu zijn. Dat maakt het dus eenvoudiger om met twee of drie partijen een stabiele meerderheidsregering te vormen. Daarnaast zullen de partijen die verkozen worden, breder zijn. Dat wil zeggen, veel aanhangers van kleinere partijen die nu niet verkozen raken, zullen zich aansluiten bij een van de grotere partijen. Hierdoor zullen deze partijen extremere flanken krijgen en dus ideologisch veel breder worden, denk hierbij, wat betreft brede ideologie, aan de twee belangrijkste partijen in de Verenigde Staten. Hierdoor zullen de grote partijen makkelijker naar beide kanten van het spectrum kunnen uitwijken dan zij nu doen omdat de flanken van de verschillende partijen elkaar nog meer zullen raken dan nu reeds het geval is.

Dan de argumenten tegen de kiesdrempel. Het eerste argument is heel simpel. Er zullen stemmen verloren gaan. Op dit moment gaat ongeveer 1% van de stemmen verloren door stemmen die worden uitgebracht op partijen die geen zetel halen. Op het moment dat we het hebben over een kiesdrempel van 5%, en de huidige situatie qua partijsamenstelling, praat je al bijna over 15% verloren stemmen. Daarnaast zal het vele malen moeilijker worden om een nieuwe partij te starten. Veel partijen in het Nederlandse stelsel komen met maximaal 5% in de kamer, als ze er al in komen. Daar komt in Nederland nog eens bij dat een partij pas serieuze financiële overheidssteun krijgt als de partij daadwerkelijk zetels in de Tweede Kamer heeft. Dus het wordt voor partijen vrijwel onmogelijk om verkozen te worden, waardoor zij financieel zo ver achter komen op de zittende partijen dat het vrijwel onmogelijk wordt die achterstand in te halen.

Hoe moeten we deze argumenten voor en tegen nou wegen? Vrij moeilijk, het hangt er namelijk van af wat het doel van de Tweede Kamer/de democratie is. En dat, heb ik ondertussen geleerd, is zeer persoonlijk. Zelfs binnen een partij die het woord democraten of een andere die het woord democratie in de naam hebben, zijn er voorstanders voor beide zijdes te vinden. Ikzelf ben van mening dat we het beste veel kleine partijen kunnen hebben, en dus geen kiesdrempel, behalve dan de kiesdeler, zodat we de pluriformiteit van onze samenleving terug zien in het parlement. Ook ik ben absoluut gevoelig voor een grotere efficiëntie in het debat en in eenvoudiger regeringsonderhandelingen maar democratie mag wat kosten wat mij betreft. Daar komt bij dat ik liever 10 stemmen terug hoor in het debat waar ik het ten zeerste mee oneens ben dan dat ik maar een half woord mis waar de wereld beter van zou kunnen worden.

Er is een verdrag… Toch?

Er is een verdrag… Toch?

De kogel is door de kerk. Het associatieverdrag van de EU met de Oekraïne lijkt er toch te gaan komen, met een kattenbelletje eraan waardoor Nederland zich prettig moet voelen . Het moge bekend zijn dat ik gematigd voorstander was en ben van dit verdrag. In dat opzicht is het voor mij dus een goede avond. De grote vraag gaat nu zijn hoe de regering de Tweede en later de Eerste Kamer gaat uitleggen wat ze met het nee van het referendum heeft gedaan.

Vanzelfsprekend brult Wilders alweer om het aftreden van de regering maar dat is, ondanks de traditie die het ondertussen is geworden, toch vreemd. Het referendum was namelijk raadgevend, niks meer en niks minder. Het is dus een advies dat de regering en de kamer moeten meewegen. Dat hebben zij in een debat gedaan en ook in de verschillende fractievergaderingen etc. Op basis daarvan is de regering naar Brussel gegaan om met in het achterhoofd deze discussies en het nee toch te komen tot een akkoord in de EU. En dat is gelukt. Ben ik daar dan boos over? Nee zeker niet, zowel de PVDA als de VVD waren tenslotte voorstander van het verdrag. Dat is door het referendum niet veranderd. Ook lijkt het advies, dat uit het referendum is gekomen, om toch tegen te stemmen niet zwaar genoeg voor hen te wegen om hun mening te herzien. Niks mis mee dus.

Wat nu moet gebeuren is dat de oude wet wordt ingetrokken of dat de kamer wordt voorgesteld de uitslag naast zich neer te leggen en toch door te gaan met de oude wet. Mijn vermoeden is dat de wet ingetrokken moet gaan worden en dat het aangepaste voorstel dan opnieuw wordt ingediend. Ik ben benieuwd of het juridisch mogelijk gaat zijn om de wet als het ware te amenderen en hem dan in te voeren zonder nieuwe indiening. We gaan het zien en de nodige rechtszaken lopen al, dus op die uitslag loop ik niet vooruit, want zoals u ondertussen weet, ik kan niet voorspellen.

Ben ik nu verontwaardigd? Ben ik woest? Teleurgesteld? Nee, niks van dat alles. Ik denk dat de regering een serieuze afweging heeft gemaakt na het referendum. Ik denk dat er in Brussel is onderhandeld om in ieder geval optisch tegemoet te komen aan sommige argumenten tegen het verdrag. Met de tegenstanders ben ik het echter ook eens dat nee nee is. En dat is precies de zwakte van een (raadgevend) referendum, er is geen nuance en geen debat mogelijk na afloop. Er is een ja of een nee. En zolang het referendum raadgevend is, moet je dus, als je toch door wil gaan, hetgeen gewoon wettelijk is toegestaan, laten zien dat je het advies hebt meegewogen.

Maar hoe kan je serieus laten zien dat je dit advies hebt meegewogen? Als dat enkel in het parlement gebeurt, komt al snel het verwijt dat alles al voorgekookt was. Dus op het moment dat er een tekst aan het verdrag wordt gehecht is dat weldegelijk een signaal dat er is geluisterd en een teken dat er objectief iets is veranderd. Is het daarmee goed? Nee, dat dan weer niet. Maar dat is de regering in die zin niet te verwijten. Uiteindelijk moeten de regering en het parlement doen wat het beste is voor Nederland en daarboven moeten de Kamerleden zelfstandig een keuze maken. Dat heet stemmen zonder last. Nou is het belobbyen van Kamerleden de normaalste zaak van de wereld en ik zie dit referendum eigenlijk als een hele grote lobby. Zolang Kamerleden zonder last besluiten moeten nemen, kan enkel een bindend referendum het effect hebben dat tegenstanders van het verdrag voor ogen hadden. Want als gekozen parlementariërs bij iedere lobby zomaar om zouden gaan, zouden we toch echt een probleem hebben in onze democratie. Mochten de Tweede en Eerste Kamer dan ook voor dit verdrag stemmen, dan kan ik ze enkel complimenteren met dit zware besluit. Zelden hebben zij dan namelijk meer druk moeten weerstaan om toch het juiste te doen.

Overigens ben ik nog steeds van mening dat de huidige referendumwetgeving per direct moet worden afgeschaft of vervangen moet worden door een bindend referendum. Dit laatste ook zodat de Kamerleden niks meer te zeggen hebben over de referendum uitslag en deze uitslag gewoon definitief is. Hierdoor beschermen we naast de (directe) democratie ook het kunnen besluiten zonder last door onze volksvertegenwoordiging.