Maand: december 2016

Een pleidooi voor dubbele achternamen

Een pleidooi voor dubbele achternamen

Vandaag heeft minister Van der Steur, naar aanleiding van een petitie, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aangeeft dat hij geen wet zal maken die het mogelijk maakt kinderen de achternamen van hun beider ouders te geven. Hij stelt:” Door mijn ambtsvoorgangers is uw Kamer bericht dat er veel waardering bestaat voor het rapport van de werkgroep, maar dat niet is gebleken van dermate grote en urgente maatschappelijke problemen op het gebied van het naamrecht dat een fundamentele wijziging van wet- en regelgeving op korte termijn noodzakelijk is(…). Ik zie geen aanleiding om dat standpunt nu te herzien.” Het gaat hierbij om het rapport: “Bouwstenen voor een nieuw naamrecht” uit 2010, waarin het mogelijk maken van dubbele achternamen wordt aangeraden. Ik denk dat dit een verstandig advies is waar ik hier graag verder op in ga.

Maar hoe zat het ook alweer met het geven van achternamen? De huidige regels heb ik hieronder overgenomen van de website van de rijksoverheid.

Situaties waarin kind automatisch achternaam krijgt

Als u niet kiest voor een achternaam, dan krijgt uw kind automatisch de naam van de vader of van de moeder. Dit hangt af van uw gezinssituatie:

Getrouwde of geregistreerde ouders (van verschillend geslacht – heterostellen)

Uw kind krijgt automatisch de achternaam van de vader. U kunt ook kiezen voor de achternaam van de moeder. U moet dan samen naar de ambtenaar van de burgerlijke stand. Daar geeft u aan de naam van de moeder te kiezen. U kunt dit doen voor de geboorte of bij de geboorteaangifte.

Ongetrouwde ouders (van verschillend geslacht – heterostellen)

Uw kind krijgt automatisch de achternaam van de moeder. Wilt u dat het kind de achternaam van de vader krijgt, dan moet hij het kind erkennen. De keuze voor de achternaam van het kind vindt plaats bij de erkenning. U moet hiervoor beiden in persoon verschijnen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Erkenning is mogelijk voor de geboorte, tijdens de aangifte van de geboorte of op een later moment na de geboorte.

Ouders van hetzelfde geslacht (2 mannen)

Adopteert u met een andere man een kind, dan kunt u de achternaam van 1 van u beiden kiezen. Voorwaarde is wel, dat het uw eerste kind is. Als dat niet het geval is, krijgt het kind dezelfde naam als de andere kinderen. De naamskeuze vindt plaats ter gelegenheid van de adoptie bij de rechter.

Ouders van hetzelfde geslacht (2 vrouwen)

Als 2 getrouwde of geregistreerde vrouwen een kind krijgen geldt het volgende:

De moeder wordt zwanger door een onbekende donor in de zin van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting. Het kind krijgt de naam van de duomoeder. Maar alleen als de moeder automatisch juridische ouder wordt bij de geboorte. Ze kunnen ervoor kiezen dat het kind de naam van de biologische moeder krijgt.

De moeder wordt zwanger door een bekende donor en de duomoeder erkent het kind. Het kind krijgt de naam van de biologische moeder. Via naamskeuze is het mogelijk dat het kind de naam van de duomoeder krijgt.

Dat was dan de, wat lange, inleiding. Want waarom is dit überhaupt belangrijk? Waarom boeit dit? Laten we eerst met het principe beginnen, waarom zou het níet mogelijk zijn om een willekeurige achternaam te kiezen? Wellicht dat een totaal vrij keuze niet heel handig is in verband met registratie en dergelijke, aan de andere kant waarom eigenlijk niet? Waarom zou men werkelijk iedere voornaam kunnen kiezen maar vastzitten aan een achternaam? Het is ook niet zo dat we daardoor gelijke namen voorkomen. Sterker nog, met het aantal De Boers, Vissers en Bakkers, is het vrij waarschijnlijk dat doublures veelvuldig voorkomen. Maar ok, laten we voor het gemak aannemen dat een volledig vrije keuze nu nog even een stapje te ver is voor de discussie. Maar een kind de achternamen van beide ouders, al dan niet, tot één naam samengevoegd, geven, is helemaal geen gekke gedachte natuurlijk. Daarbij moet op enig moment natuurlijk wel een maximum worden gesteld aan het aantal samen te voegen namen omdat anders de achternaam, na enkele generaties, wellicht in fysieke zin niet meer in een paspoort past, maar daar zijn internationaal al regels voor. En bij het doorgeven van achternamen naar een tweede of derde generatie zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn om wederom een keuze te maken tussen de te gebruiken achternamen, zoals in België sinds 2014 mogelijk is. Of we kunnen standaard twee achternamen meegeven zoals in Denemarken, en in een variant ook in China, jarenlang normaal was en dus wettelijk goed mogelijk. U ziet het, heel veel praktische oplossingen die zelfs al internationaal en door de EU erkend zijn.

Maar zijn er nog andere redenen dan de principiële keuzevrijheid? Jazeker, het zal u niet zijn ontgaan dat onze huidige wetgeving extreem seksistisch is. Maar dan ook echt op het bizarre af. Vooral het verschil tussen een getrouwde en een ongetrouwde vrouw, al dan niet heteroseksueel, en de standaard achternaam die het kind dan krijgt, spreekt boekdelen. Als een vrouw getrouwd is, doet ze er kennelijk niet meer toe en gaat de achternaam van de geregistreerde partner voor, tenzij beide echtelieden besluiten dat het de naam van de geboortemoeder moet zijn. Dit terwijl de logische keuze de standaard is voor de ongetrouwde vrouw, namelijk dat het kind de achternaam van de moeder krijgt. De biologische moeder is de enige waarvan vaststaat, draagmoederschap van een foetus daargelaten, dat zij in biologische zin gerelateerd is aan het geboren kind. Dit betekent dus dat de wetgever lijkt te vinden dat een getrouwde vrouw haar naamrechten opgeeft, ook voor het nageslacht, tenzij er actief een andere keuze wordt gemaakt. Nou snap ik dat er een standaard keuze moet zijn, maar waarom is die niet bij alle geboortes dezelfde? Voor diegenen die ook de achternaam van de partner, vanuit het verleden in de meeste gevallen de vader, dan terug willen zien, zou het mooi zijn als iemand twee achternamen kan voeren. Ik denk dan aan het klassieke Deense systeem met een voornaam, matriarchale naam biologische moeder, patriarchale naam partner. Op deze manier worden beide ouders, indien aanwezig en gewenst natuurlijk, erkend.

Dan is er nog een derde argument, en dat is het argument van de diversiteit. We zien in onze samenleving steeds vaker dat partners met een diverse culturele achtergrond met elkaar trouwen/samenwonen/kinderen krijgen. Hierbij neem ik gemakshalve mijzelf maar even als voorbeeld. Zelf ben ik Nederlands, mijn verloofde is Deense. Mochten wij ooit kinderen krijgen, dan is het heel erg gek als die kinderen slechts mijn zeer Nederlandse, Van Run, of haar zeer Deense, Kvist, achternaam kunnen voeren. Ik zou het prettig vinden als het mogelijk zou zijn om beide culturen terug te zien in de achternaam.

Alles overziend, denk ik dat het verstandig zou zijn geweest als de minister nu in alle rust een traject had ingezet om te komen tot een wet die een vorm van dubbele achternamen mogelijk maakt. Want de vraag was er in 2006 al en is er nu in 2016 nog steeds. Dat betekent dat de wens niet is vervallen. Dat dit wellicht niet het allerbelangrijkste stukje wetgeving is, dat snap ik ook wel, maar waarom is er in 2010, na het rapport, niet gewoon rustig begonnen? Dan hadden we nu een knappe wet kunnen hebben. Ik hoop dat onze parlementariërs hun verantwoordelijkheid nemen en de minister opdracht geven toch te beginnen aan een traject tot wetswijziging of dat zij anders zelf komen tot een wet. Want er zijn wat mij betreft genoeg redenen om onze wetgeving aangaande achternamen, overigens niet alleen voor baby’s, eens goed op de schop te nemen. En of we dan uitkomen op twee achternamen of een achternaam met een streepje, mij is het om het even, zolang het maar mogelijk, dus niet verplicht, wordt achternamen te combineren.

Advertenties
Samsonseks; waarom Vlaanderen leuker is dan Nederland

Samsonseks; waarom Vlaanderen leuker is dan Nederland

Het werd vandaag weer eens pijnlijk duidelijk, Vlaanderen is echt vele malen leuker dan Nederland. In Nederland wordt treitervlogger met 35% van de stemmen winnaar van de woord van het jaar verkiezing, in Vlaanderen wint Samsonseks met 43%. De definitie van dit laatste woord is overigens: “seks terwijl de kinderen naar de televisie kijken (genoemd naar het kinderprogramma ‘Samson en Gert’)”.

De alliteratie, stoutheid en humor van het woord alleen al geven aan dat het echt leuker is in Vlaanderen. Zeker als we het afzetten tegen onze winnaar; treitervlogger. Een lelijk woord dat niet goed bekt en alleen maar ongezelligheid uitstraalt.

Natuurlijk kunnen we onze twee taalgebiedjes niet enkel afrekenen op deze twee woorden, dat zou wat al te kort door de bocht zijn. Aan de andere kant, nergens vind je de ware aard van een groep zo goed terug als in de taal. De aan- en afwezigheid van woorden zeggen bijzonder veel over de mensen die de taal gebruiken. Daarom is het zo aardig om taal te vergelijken, zeker als het om twee verschillende gemeenschappen gaat die erg dicht bij elkaar wonen.

Terug nu naar waarom Vlaanderen leuker is dan Nederland. Hiervoor lijkt het handig dat we eerst kijken naar wat cultuur nou eigenlijk is en of er verschillen tussen de beide gebieden bestaan volgens de literatuur. Gelukkig, die verschillen bestaan echt, het zit dus niet alleen tussen de oren. Maar het feit dat er verschillen zijn, wil nog niet zeggen dat Vlaanderen daardoor per se leuker is. Alhoewel het gras natuurlijk altijd groener lijkt bij de buren.

Zoals gezegd begint het bij de taal. Vlaams klinkt prettiger, vriendelijker en zangeriger dan de meeste Nederlandse accenten. Dit is iets wat niet alleen Nederlanders opvalt, ook expats in Nederland vinden het Vlaams doorgaans prettiger klinken. Dan hebben we de steden, in Nederland mogen we natuurlijk niet klagen over de hoeveelheid leuke steden maar als ik eerlijk ben, zijn Vlaamse steden nog net iets prettiger. Dat kan komen doordat er minder grote steden zijn waardoor de sfeer meer geconcentreerd is in enkele steden of door het derde punt, de gastronomie. Want daar kunnen we in Nederland heel erg veel van leren. Of het nou gaat om een simpel frietje met een biertje, een uitgebreid diner of de gastvrijheid in de etablissementen, in Vlaanderen is, gemiddeld natuurlijk, de kwaliteit net iets hoger. Maar ook mijn favoriete Facebook pagina kan in Nederland niet bestaan, ugly Belgian houses is een waar genot voor eenieder die van ruimtelijke (wan)ordening houdt. De Nederlandse ordening is overigens prima maar in Vlaanderen zie je nog eens iets spannends.

ubh

U ziet het zijn slechts hele kleine puntjes maar daar zit het hem ook in. Het gaat niet om wereldschokkende verschillen. Ik vind het namelijk ook heel erg fijn dat veel dingen hetzelfde zijn. Ik vind het fijn dat we grofweg dezelfde taal spreken. Dat we soortgelijke culturen hebben en dat het daardoor zo makkelijk is om me thuis te voelen. Waarom ik dan nog niet ben verhuisd? Misschien wel omdat het nóg leuker om Vlaanderen als buur te hebben waar je zo nu en dan eens kan genieten van de mooie dingen zonder vast te zitten aan de mindere kanten.

 

Je suis(-/ )moe

Je suis(-/ )moe

Vandaag een stukje dat ik in juni schreef na de aanslag in Istanbul. De enige wijzigingen zijn dat ik Istanbul heb vervangen door Berlijn en deze twee zinnen heb toegevoegd.

Nee, niet weer een aanslag! Jawel, het is weer zover, ditmaal in Berlijn. Een verschrikkelijke en wederom zeer bloedige aanslag. Hier treft u een lijst aan met het werkelijk idiote aantal aanslagen wereldwijd van alleen al dit jaar: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_terrorist_incidents,_January%E2%80%93June_2016

Dit is een lijst waar, vrijwel, alle aanslagen opstaan en waar ongetwijfeld over gediscussieerd kan worden, of iets wel of niet een terroristische aanslag is, of “gewoon” een oorlogsdaad. Voordeel aan deze lijst is dat ook de aanslagen buiten de westerse wereld er in staan. Het aantal is voor mij echt te bizar en haast niet te begrijpen. En dit gevoel kom ik meer en meer tegen.

We zullen vandaag de je suis-hashtags wel weer gaan tegenkomen en ik denk dat het ook goed is om onze gevoelens op een manier te uiten. En deze hashtags zijn een makkelijke en prettige manier voor veel mensen om hun emoties in acties om te zetten. Ook zorgt het voor een prettig groepsgevoel, wij met z’n allen in vrijheid, tegen hullie in onvrijheid. Er zit ook een andere kant aan, naast de je suis-moeheid die ondertussen opkomt, merk je ook dat er aanslagen zijn gepleegd waar geen hashtag voor was.

Rond de aanslag in Orlando verschenen verwijtende artikelen geadresseerd aan mensen die hun profielfoto bij iedere aanslag hadden aangepast of berichten met je suis-hashtags hadden geplaatst en nu niks aan hadden gepast of hadden geplaatst. Daarvoor had je die discussie ook op kleinere schaal bij aanslagen in Irak en Nigeria. Laat ik helder zijn, ik plaats deze hashtags niet. Vooral om alle slachtoffers op dezelfde manier te kunnen eren. Want ik weet ook zeker dat ik een aanslag zal missen en dat zou ik vervelend vinden. Daarnaast zou ik het helemaal vervelend vinden als daaruit een beeld zou ontstaan dat ik het niet zou doen omdat ik een aanslag nier erg zou vinden.

Moeten we gewoon op houden met de hashtags? Nee, met het grote aantal aanslagen van dit moment komt er vanzelf weer een nieuwe hashtag en dan begint de vermoeidheidscyclus weer opnieuw. Het enige waar we op kunnen hopen is dat het terrorisme wat zal afnemen waardoor deze hashtags niet meer binnen anderhalf jaar al versleten zijn.

Een kiesdrempel?

Een kiesdrempel?

Het blijft leuk, bij elke verkiezing hebben we in dit land onze vaste tradities. Bij lokale verkiezingen gaan we duiden of lokale partijen links of rechts zijn en of het nou verstandig is lokaal te stemmen. Bij verkiezingen voor waterschappen en provincies discussiëren we of we niet gewoon zonder midden bestuur kunnen. Bij de Europese verkiezingen praten we over de zin en onzin van Europa en of we de EU niet af moeten schaffen. En, zoals nu, bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer hebben we het debat aangaande de kiesdrempel. Hieronder zullen we het hebben over enkele argumenten voor en tegen. Ik pretendeer niet compleet te zijn maar de meest gebruikte argumenten probeer ik wat nader te onderbouwen waarna ik zal komen tot een conclusie.

Een kiesdrempel is niks anders dan een minimum percentage dat een partij moet halen om überhaupt in de kamer te komen. In Nederland hebben we formeel geen kiesdrempel, wél moet er minimaal 1 zetel worden gehaald om de Kamer in te kunnen komen, dus men zou kunnen zeggen dat er de facto een drempel van 0,67% is. Vaak wordt hierbij het voorbeeld van Duitsland aangehaald waar dit percentage 5% is, zie bovenstaand plaatje voor overige voorbeelden. In Nederland zou dat dus neerkomen op 7,5 zetels in de Tweede Kamer. Iedereen die daaronder zit, staat dus met lege handen en komt niet in de kamer. Bijgevoegd een tabelletje gebaseerd op de uitslag van 2010 en de peilingen in 2012. De lijnen vertegenwoordigen kiesdrempels van 3, 5 en 10% en 10 zetels. Dit om een beeld te krijgen wie er buiten de boot zouden vallen als we een drempel zouden invoeren.

kiesdrempel-gevolgen-1

Maar wat zijn nou de argumenten voor zo’n kiesdrempel? Die zijn vooral gelegen in de relatieve eenvoud waarmee een regering gevormd kan worden. Momenteel zouden sowieso slechts 5 a 6 partijen een van de vier voorgestelde mogelijke kiesdrempels halen. De stemmen die verloren gaan door niet vertegenwoordigde partijen worden overigens weer verdeeld over de wél verkozen partijen die daardoor dus nog wat groter worden dan ze nu zijn. Dat maakt het dus eenvoudiger om met twee of drie partijen een stabiele meerderheidsregering te vormen. Daarnaast zullen de partijen die verkozen worden, breder zijn. Dat wil zeggen, veel aanhangers van kleinere partijen die nu niet verkozen raken, zullen zich aansluiten bij een van de grotere partijen. Hierdoor zullen deze partijen extremere flanken krijgen en dus ideologisch veel breder worden, denk hierbij, wat betreft brede ideologie, aan de twee belangrijkste partijen in de Verenigde Staten. Hierdoor zullen de grote partijen makkelijker naar beide kanten van het spectrum kunnen uitwijken dan zij nu doen omdat de flanken van de verschillende partijen elkaar nog meer zullen raken dan nu reeds het geval is.

Dan de argumenten tegen de kiesdrempel. Het eerste argument is heel simpel. Er zullen stemmen verloren gaan. Op dit moment gaat ongeveer 1% van de stemmen verloren door stemmen die worden uitgebracht op partijen die geen zetel halen. Op het moment dat we het hebben over een kiesdrempel van 5%, en de huidige situatie qua partijsamenstelling, praat je al bijna over 15% verloren stemmen. Daarnaast zal het vele malen moeilijker worden om een nieuwe partij te starten. Veel partijen in het Nederlandse stelsel komen met maximaal 5% in de kamer, als ze er al in komen. Daar komt in Nederland nog eens bij dat een partij pas serieuze financiële overheidssteun krijgt als de partij daadwerkelijk zetels in de Tweede Kamer heeft. Dus het wordt voor partijen vrijwel onmogelijk om verkozen te worden, waardoor zij financieel zo ver achter komen op de zittende partijen dat het vrijwel onmogelijk wordt die achterstand in te halen.

Hoe moeten we deze argumenten voor en tegen nou wegen? Vrij moeilijk, het hangt er namelijk van af wat het doel van de Tweede Kamer/de democratie is. En dat, heb ik ondertussen geleerd, is zeer persoonlijk. Zelfs binnen een partij die het woord democraten of een andere die het woord democratie in de naam hebben, zijn er voorstanders voor beide zijdes te vinden. Ikzelf ben van mening dat we het beste veel kleine partijen kunnen hebben, en dus geen kiesdrempel, behalve dan de kiesdeler, zodat we de pluriformiteit van onze samenleving terug zien in het parlement. Ook ik ben absoluut gevoelig voor een grotere efficiëntie in het debat en in eenvoudiger regeringsonderhandelingen maar democratie mag wat kosten wat mij betreft. Daar komt bij dat ik liever 10 stemmen terug hoor in het debat waar ik het ten zeerste mee oneens ben dan dat ik maar een half woord mis waar de wereld beter van zou kunnen worden.

Er is een verdrag… Toch?

Er is een verdrag… Toch?

De kogel is door de kerk. Het associatieverdrag van de EU met de Oekraïne lijkt er toch te gaan komen, met een kattenbelletje eraan waardoor Nederland zich prettig moet voelen . Het moge bekend zijn dat ik gematigd voorstander was en ben van dit verdrag. In dat opzicht is het voor mij dus een goede avond. De grote vraag gaat nu zijn hoe de regering de Tweede en later de Eerste Kamer gaat uitleggen wat ze met het nee van het referendum heeft gedaan.

Vanzelfsprekend brult Wilders alweer om het aftreden van de regering maar dat is, ondanks de traditie die het ondertussen is geworden, toch vreemd. Het referendum was namelijk raadgevend, niks meer en niks minder. Het is dus een advies dat de regering en de kamer moeten meewegen. Dat hebben zij in een debat gedaan en ook in de verschillende fractievergaderingen etc. Op basis daarvan is de regering naar Brussel gegaan om met in het achterhoofd deze discussies en het nee toch te komen tot een akkoord in de EU. En dat is gelukt. Ben ik daar dan boos over? Nee zeker niet, zowel de PVDA als de VVD waren tenslotte voorstander van het verdrag. Dat is door het referendum niet veranderd. Ook lijkt het advies, dat uit het referendum is gekomen, om toch tegen te stemmen niet zwaar genoeg voor hen te wegen om hun mening te herzien. Niks mis mee dus.

Wat nu moet gebeuren is dat de oude wet wordt ingetrokken of dat de kamer wordt voorgesteld de uitslag naast zich neer te leggen en toch door te gaan met de oude wet. Mijn vermoeden is dat de wet ingetrokken moet gaan worden en dat het aangepaste voorstel dan opnieuw wordt ingediend. Ik ben benieuwd of het juridisch mogelijk gaat zijn om de wet als het ware te amenderen en hem dan in te voeren zonder nieuwe indiening. We gaan het zien en de nodige rechtszaken lopen al, dus op die uitslag loop ik niet vooruit, want zoals u ondertussen weet, ik kan niet voorspellen.

Ben ik nu verontwaardigd? Ben ik woest? Teleurgesteld? Nee, niks van dat alles. Ik denk dat de regering een serieuze afweging heeft gemaakt na het referendum. Ik denk dat er in Brussel is onderhandeld om in ieder geval optisch tegemoet te komen aan sommige argumenten tegen het verdrag. Met de tegenstanders ben ik het echter ook eens dat nee nee is. En dat is precies de zwakte van een (raadgevend) referendum, er is geen nuance en geen debat mogelijk na afloop. Er is een ja of een nee. En zolang het referendum raadgevend is, moet je dus, als je toch door wil gaan, hetgeen gewoon wettelijk is toegestaan, laten zien dat je het advies hebt meegewogen.

Maar hoe kan je serieus laten zien dat je dit advies hebt meegewogen? Als dat enkel in het parlement gebeurt, komt al snel het verwijt dat alles al voorgekookt was. Dus op het moment dat er een tekst aan het verdrag wordt gehecht is dat weldegelijk een signaal dat er is geluisterd en een teken dat er objectief iets is veranderd. Is het daarmee goed? Nee, dat dan weer niet. Maar dat is de regering in die zin niet te verwijten. Uiteindelijk moeten de regering en het parlement doen wat het beste is voor Nederland en daarboven moeten de Kamerleden zelfstandig een keuze maken. Dat heet stemmen zonder last. Nou is het belobbyen van Kamerleden de normaalste zaak van de wereld en ik zie dit referendum eigenlijk als een hele grote lobby. Zolang Kamerleden zonder last besluiten moeten nemen, kan enkel een bindend referendum het effect hebben dat tegenstanders van het verdrag voor ogen hadden. Want als gekozen parlementariërs bij iedere lobby zomaar om zouden gaan, zouden we toch echt een probleem hebben in onze democratie. Mochten de Tweede en Eerste Kamer dan ook voor dit verdrag stemmen, dan kan ik ze enkel complimenteren met dit zware besluit. Zelden hebben zij dan namelijk meer druk moeten weerstaan om toch het juiste te doen.

Overigens ben ik nog steeds van mening dat de huidige referendumwetgeving per direct moet worden afgeschaft of vervangen moet worden door een bindend referendum. Dit laatste ook zodat de Kamerleden niks meer te zeggen hebben over de referendum uitslag en deze uitslag gewoon definitief is. Hierdoor beschermen we naast de (directe) democratie ook het kunnen besluiten zonder last door onze volksvertegenwoordiging.

Italiaanse toestanden

Italiaanse toestanden

Afgelopen zondag was er een referendum in Italië. Het ging hierbij om een referendum over een wijziging in de grondwet. Door de wijziging zou het volledige Italiaanse staatsbestel op de schop gaan, zowel op landelijk, regionaal als lokaal niveau. Het ging nu eens een keer niet om een zwak raadgevend referendum, het ging om een heerlijk bindend referendum. De uitkomst werd echter door de premier nog belangrijker gemaakt, hij verbond namelijk zijn politieke lot aan de uitslag.

Hiermee werd de uitslag van het referendum ineens interessant voor het buitenland, en dan vooral de Europese Unie. Want de angst was dat als Renzi zou verliezen en dus zou opstappen er nieuwe verkiezingen zouden worden uitgeschreven die vervolgens door de vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo zouden worden gewonnen. En ondanks dat Grillo een komiek is, zijn de standpunten van zijn partij aangaande de EU allesbehalve grappig in de ogen van de EU. Er werd dan ook serieus rekening mee gehouden dat, mocht hij winnen, Italië weleens uit de EU(ro) zou kunnen stappen.

Renzi heeft dus ondertussen verloren en zijn ontslag aangeboden. Dit werd geweigerd door president Mattarella omdat hij vond dat Renzi eerst de begroting door de senaat moest krijgen. Dit werd uiteindelijk afgelopen woensdag versneld gedaan zodat hij in de avond alsnog kon aftreden. Mattarella accepteerde zijn ontslag maar vroeg hem om demissionair aan te blijven. Dit omdat op 24 januari het constitutionele hof in Italië zich een mening zal vormen aangaande nieuwe kieswetten. De president acht het niet opportuun om op basis van een kieswet die bij het constitutioneel hof onder revisie is nu nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Dit is een meer dan te begrijpen standpunt. Het zorgt echter ook voor een tijd van onzekerheid en potentiële chaos en dat is slecht nieuws, ook voor ons. Zo is de waarde van de euro direct gedaald na het bekend worden van de uitslag. Ik hoop dat de president na 24 januari zo snel als mogelijk nieuwe verkiezingen uitschrijft of dat er een regering van nationale eenheid wordt ingesteld zodat we zo snel mogelijk weten waar we aan toe zijn.

Ik ben overigens niet bang voor een eventuele Italeave. Ik denk dat het veel gevaarlijker is voor de EU als de elite van de EU de bezwaren van de bevolking blijft wegwuiven. Want of kritiek en angst nou wel of niet terecht zijn, ze zijn er. En als die niet worden weggenomen, zal men deze een plaats moeten geven, anders doet het electoraat dat namelijk zelf wel. Het gaat dus veel meer om het accepteren van de imperfecties van de EU door de elite dan iets anders.

De beste vergelijking is misschien wel die van ouders die trots zijn op hun zoon en niks slechts over hem willen horen. Ze wuiven alles weg wat maar negatief is en overladen hem met liefde, aandacht en geld. Tot ze op een dag worden gebeld omdat zoonlief vastzit in de gevangenis voor winkeldiefstal. Ik heb het gevoel dat de politieke elite van de EU momenteel in deze fase van totale shock verkeert. Ergens wisten ze het wel en zagen ze het stiekem ook wel een beetje maar tegen beter weten in weigerden ze het te geloven. Laten we hopen dat de “ouders” nu de juiste beslissing nemen en de EU op zijn kop geven en nog eens goed kijken naar wat er goed en minder goed gaat en op basis daarvan komen tot zinvolle hervormingen om de EU naar de volgende fase van zijn bestaan te leiden. Hierbij moeten Europese leiders ook eens goed te rade gaan bij de samenleving want nu lijken ze veel te ver voor de troepen uit te lopen.

Calheiros is, na een dag, enigszins, soort van, voorlopig, terug

Calheiros is, na een dag, enigszins, soort van, voorlopig, terug

Ik schreef gisteren over de voorzitter van de Braziliaanse senaat, de heer Calheiros en dat hij vanwege een corruptierechtzaak uit zijn functie was gezet. Gelukkig gaf ik daar al bij aan dat het hooggerechtshof daar in zijn geheel nog een besluit over moest nemen. En dat is vandaag dus gebeurd.

De hoogste rechters in Brazilië hebben namelijk besloten met 6 voor en 3 tegen dat Calheiros gewoon voorzitter van de senaat kan blijven. Wel is hij uit de opvolgingslijn voor het presidentschap gehaald zodat hij gedurende de rechtszaak nooit president kan worden. Hij is dus té verdacht om president te worden, maar nog nét niet verdacht genoeg om uit zijn functie te worden ontzet.

Nou ben ik op zich groot fan van juridische bijzonderheden en staatsrechtelijke noviteiten maar ik maak me toch meer en meer zorgen over de staat van de Braziliaanse rechtspraak. Overigens maak ik me nog meer zorgen over de stand van het moreel besef van politici aldaar. Want we mogen over Nederland en Nederlandse politici echt heel veel vinden en dat vind ik ook prima, maar op het moment dat er dit soort aantijgingen spelen, is er geen vraag meer en treden mensen, al dan niet gedwongen, terug.

Het is vooral de totale afwezigheid van dit gevoel waar ik mij zorgen om maak. Gelukkig is Brazilië in fysieke zin ver weg, economisch is het echter wereldwijd een top 10 speler en dat zullen ze de komende jaren ook blijven. Daarnaast zijn ze voor Nederland ook niet onbelangrijk, volgens de RVO hebben Nederlandse ondernemingen belangen van ongeveer 14 miljard in het land. Het is dus weldegelijk cruciaal dat we ons vergewissen van wat er gebeurt aan de Copacabana. Laten we hopen dat de regelmatige protesten in ieder geval enig positief effect gaan sorteren.

Weer een Braziliaans politicus afgezet

Weer een Braziliaans politicus afgezet

Vandaag is het de beurt aan Renan Calheiros, hij was tot gisteren voorzitter van de senaat en daarmee na de vice president, die Brazilië nog steeds niet heeft, en de voorzitter van het huis van afgevaardigden de derde, en door afwezigheid van een VP dus tweede, in de lijn van opvolging voor de president.

Hij is afgezet door een rechter uit het Braziliaans hooggerechtshof omdat hij wordt vervolgd voor het aannemen van smeergeld. Hij zou geld hebben aangenomen van een bouwbedrijf, dit geld zou vervolgens gebruikt zijn om een buitenechtelijke dochter, overigens geboren uit zijn relatie met een journalist, financieel te ondersteunen. Een meerderheid van hoge rechters kan het besluit nog terugdraaien maar aangezien dit besluit gebaseerd is op zeer recente jurisprudentie, zal dat niet snel gebeuren.

Daarmee is Calheiros na Dilma Rousseff de tweede, hoge, politicus die in korte tijd het veld gedwongen moet ruimen. Hij zal overigens niet de laatste zijn, het Petrobras schandaal begint pas net. Interessant is hierbij dat beide politici genoemd worden in dit Petrobras schandaal maar dat het in beide gevallen niet de reden is dat ze zijn afgezet.

Wie de volgende is die wordt afgezet? Goede vraag. Ik denk dat Michel Temer een goede kans maakt, de beschuldigingen beginnen ook hem om de oren te vliegen.. Het lastige is alleen dat bij de president een volledige impeachment hoorzitting met alles erop en eraan nodig is en dat dus veel tijd kost en (politieke) overtuigingskracht omdat niet enkel het hooggerechtshof beslist. Wellicht dus dat toch een van de andere verdachten in het Petrobras schandaal eerst gaat. President Temer heeft afgelopen week overigens een wet getekend waardoor het monopolie van Petrobras op de diepe olievelden wordt opgeheven en het mogelijk wordt voor private partijen om deze olie naar boven te halen. Er lijkt dus, in ieder geval voor de bühne, wel iets te verbeteren.

Ik hoop dat de Brazilianen nu echt schoon schip kunnen maken. De corruptie die het land op alle niveaus teistert is dusdanig dat die het volledige land destabiliseert. Ik hoop dat er een soort “mani pulite” onderzoek start, net als in Italië in de jaren 90. Ik wil niet zeggen dat Italië nu een walhalla van democratie en transparantie is, maar het is al tig keer beter dan destijds. Om dit te bewerkstelligen, is het cruciaal dat het onderzoek naar het Petrobras schandaal verder wordt uitgebreid en nog verder de haarvaten van de Braziliaanse politiek in gaat. Alleen op die manier is er een kans dat Brazilië stabiel wordt.

 

Oostenrijk heeft eindelijk een nieuwe president en de EU haalt opgelucht adem

Oostenrijk heeft eindelijk een nieuwe president en de EU haalt opgelucht adem

Het heeft even geduurd maar ook in Oostenrijk geldt kennelijk dat driemaal scheepsrecht is. Na een ongeldig verklaarde verkiezing en enveloppen die niet sloten, heeft de bevolking nu eindelijk een president gekozen.

Iedereen voorspelde een spannende strijd maar daar was absoluut geen sprake van. Natuurlijk, het was geen landslide maar op dit moment staat de voorlopige uitslag op 51,7% voor Van der Bellen, kandidaat namens de Groenen en eigenlijk alle partijen behalve de FPÖ van Hofer die 48,3% wist te behalen. Daar komen de briefstemmen nog bovenop. Dit zijn er echter te weinig om de uitslag nog te veranderen.

Van harte gefeliciteerd dus aan de heer Van der Bellen. Het was een zware, lange en zelfs wat vieze campagne. Dat geldt overigens voor beide kanten van de campagne. In heel Europa werd met ingehouden adem gekeken naar deze verkiezing, want zou er nu in Europa, net als in de VS, ook een rechts-populistische president gaan komen? Nu nog niet, maar in de nabije toekomst zeer zeker wel.

Natuurlijk moet ik nu bespiegelen hoe de kracht van Hofer mij doet denken aan de opkomst van Trump en hoe de EU hiermee in ieder geval voor dit moment een klap heeft ontlopen. En eerlijk is eerlijk, het is allemaal waar.

Als we kijken naar de opbouw van de stemmen in Oostenrijk, dan zien we duidelijk dat vooral hoger opgeleiden in de stad en vrouwen Van der Bellen steunden en vooral lager opgeleiden op het platteland Hofer. Hier zien we ook meteen een overeenkomst en een verschil met Trump. We zien dat de spreiding van de kiezers voor zowel Trump als Hofer qua sociale opmaak hetzelfde lijkt. Trump heeft echter net iets meer vrouwen weten te trekken dan Hofer, dat gecombineerd met een ander kiessysteem, was genoeg voor een andere uitslag. Wat wel opvalt is dat de, ik geef toe een ongelukkige term, “angry white man” ook in Europa, onder andere in Denemarken, DF, Duitsland, AFD en natuurlijk ons eigen Nederland, PVV, aan een opmars bezig lijkt te zijn.

En dat brengt ons bij wat dit betekent voor Europa, of nauwkeuriger, de Europese Unie. De angst was dat Hofer met een stevig kritisch geluid over de EU zou komen en wellicht zou aansturen op een referendum ten faveure van uittreding. En eerlijk is eerlijk, Hofer is bepaald geen vriend van de EU. Maar is nu dat gevaar dan geweken en nog fundamenteler, is het wel een gevaar?

Eerst het eerste deel van die vraag, nee dat gevaar is nog niet geweken. Want bijna de helft van de Oostenrijkers heeft weldegelijk een hele stevige mening over de politiek en nog belangrijker over de EU. En we zien dit in steeds meer landen in de EU, een deel van de bevolking heeft een moeilijke relatie met de EU of is er zelfs geen fan (meer) van.

Het tweede deel van de vraag hangt natuurlijk af waar je politiek staat. Maar ik denk dat Mark Rutte het afgelopen zaterdag in Warschau goed verwoordde toen hij over de EU sprak: ”Als je nog steeds gexifeerd bent op verdere integratie, kijk dan eens om, om te zien of mensen je nog volgen. En zo niet, stel jezelf dan de vraag of je het juiste pad bewandelt. In plaats van vragen of mensen wel de juiste leiders volgen.” Het gaat niet zozeer om gevaar of niet, het gaat er vooral om dat veel mensen zich politiek ontheemd voelen. Vandaar ook dat nieuwe politieke initiatieven met meer interne directe democratie als de nieuwe partij Geenpeil bijzonder interessant zijn evenals populistische alternatieven die makkelijke oplossingen lijken te bieden. Ik geloof daar zelf niet in, maar dat betekent dus niet dat de critici ongelijk hebben. We moeten ervoor zorgen dat iedereen in onze maatschappij gehoord wordt.

Concluderend denk ik dat de verkiezing van een rechtse, of linkse overigens, populist en zelfs de Brexit de EU niet in levensgevaar brengen. Ik denk dat het negeren en wegwuiven van al dan niet terechte zorgen van de Europese stemmers dat levensgevaar wel meebrengen. Dit betekent niet dat alles op basis van referenda of platitudes moet worden besloten, dit betekent dat politici moeten luisteren en minder loze beloftes moeten doen. Het betekent ook dat soms een besluit genomen moet worden dat in de ogen van “de politiek” wellicht niet het beste is als de bevolking dat, na uitleg, toch anders ziet. Om dit te bewerkstelligen moeten politici meer dan nu het geval is, uit hun respectievelijke kaasstolpen komen.

Het zal de kritische lezer zijn opgevallen dat ik Italië niet betrokken heb bij dit artikel. Dit heeft enerzijds te maken met het feit dat het hier over twee verschillende onderwerpen gaat, anderzijds wil ik de huidige ontwikkelingen in Italië nog even afwachten. Later dus meer.