Categorie: Politiek

De formatie is geklapt, so what?

De formatie is geklapt, so what?

Gisteren kwam, met een stroom van newsalerts het nieuws naar buiten dat de onderhandelende partijen er niet uit kwamen. VVD, CDA, D66 en GroenLinks(GL) konden niet tot een coalitie komen. Meteen waren alle kenners en specialisten overal op TV te zien. Ook werd er al snel gespeculeerd over welke partij de “schuldige” van het klappen was. De consensus lijkt te zijn dat die schuld bij GL ligt en dat dat misschien niet eens heel dom van ze was. Tegelijkertijd denken sommigen dat het misschien een inleiding op een latere samenwerking zou kunnen zijn.

Ondertussen werd er de afgelopen weken al veel geroepen over met wie wel en niet samengewerkt moest worden. Vooral de dolk die Wijffels professioneel in de rug van Buma plantte, was opvallend. Overigens was deze dolk iets subtieler dan de dolk die hij in 2012 gebruikte maar dat terzijde.

Bij de VVD waren er ook kritische geluiden die uiteen liepen van wat ooit “groenrechts” heette die voor samenwerking met GL pleitten. Tot geluiden van de rechter- danwel asfaltzijde van de partij kwamen om vooral NOOIT met GL samen te werken.

Bij GL waren al snel grote twijfels of er vooral met de VVD wel te regeren zou zijn. Zeker omdat Jesse Klaver meerdere malen de VVD als weinig ideale partner had weggezet.

D66 leek vooral heel blij te zijn dat ze aan tafel zaten.

Maar wat betekent dit allemaal voor u en mij? Helemaal niks! Vier jaar geleden werd er hard werk gemaakt van een coalitie zodat de crisis kon worden aangepakt. Dat was inderdaad verstandig, stevige, soms zelfs harde afspraken, hebben er, mede, voor gezorgd dat Nederland er nu een stuk beter voor staat.

Nu is de situatie anders. De economie is tenminste gestabiliseerd en lijkt de samenleving in alle geledingen op positieve wijze te raken. Voor de fijnproever, dat betekent dus niet dat ieder individu daar ook direct de vruchten van plukt. Het betekent wel dat alle sociale geledingen het gemiddeld beter hebben en krijgen.

We hoeven überhaupt niet heel bang te zijn voor demissionaire periodes. Het kan soms wat vervelend zijn omdat zaken die door de Tweede Kamer controversieel zijn verklaard niet worden besproken. Maar zoals België heeft laten zien in 2010-2011, hoeft het allemaal niet heel erg dramatisch te zijn.

Er is echter nog een reden dat ik mij geen zorgen maak. Ik ben VVD’er en heb ook bij de afgelopen verkiezingen weer op de VVD gestemd. Ik sta dan ook achter het gedachtengoed van deze partij. Ik neem aan dat de meesten van u op deze manier een partij hebben gekozen. Het probleem komt daarna. Want na de verkiezingen moet er een regering komen. En dan wordt ineens het mooie aan onze democratie, de pluriformiteit, een twistpunt. Er moeten namelijk compromissen worden gesloten of zelfs punten worden uitgeruild. En dit kan ook niet anders met een veelheid aan partijen zoals wij die kennen. Dit is iets wat letterlijk na iedere verkiezing weer gebeurt en ook niet anders kan zolang wij geen absurd hoge kiesdrempels invoeren of een tweepartijen stelsel instellen.

Ik ga mij pas druk maken op het moment dat er een volledig onderhandelaarsakkoord is. Want pas dan en geen seconde eerder weet ik wat er staat te gebeuren, waar ik mij in kan vinden, punten van mijn partij, maar ook waar ik niet op zit te wachten, punten van andere partijen. Dan kan ik dus ook pas zeggen of ik uiteindelijk denk genoeg terug te zien van mijn stem of niet. Na de vorige onderhandelingen, was ik behoorlijk tevreden over het akkoord. Niet vanwege de dingen die weg waren gegeven maar juist om de dingen die waren binnengehaald. Ik herkende mijn stem goed terug en was daar bijzonder blij mee, ondanks de zaken die waren afgesproken waar ik niet blij mee was.  Het heeft voor mij dan ook geen zin om naar allerlei deelafspraken te kijken, het geheel van afspraken en deals, dat is wat mij interesseert. Het kan namelijk best de moeite waard zijn een ideologisch kroonjuweel in te leveren als daar maar genoeg tegenover staat.

Vandaar dus dat ik dus op het nieuws van de gefaalde onderhandelingen reageer met: “So what?” Het land wordt er niet slechter van en inhoudelijk maakt het niet veel uit met wie er wordt onderhandeld. Zolang er maar een fatsoenlijk akkoord uit komt waar alle partijen zich aan houden, en ik bij voorkeur (een deel van) mijn stem terug zie.

Advertenties
Alternative of malreported facts

Alternative of malreported facts

Laat ik beginnen met excuses. Ik zal vandaag vrij veel Engelse woorden gaan gebruiken. De reden hiervoor is vrij simpel. Ik wil het graag met u hebben over het boek 1984 van George Orwell. Overigens ook als u de film heeft gezien, of als u in de bijzonder gelukkige omstandigheid bent geweest dat u de briljante en beklemmende uitvoering van het toneelstuk in London heeft bijgewoond, dan zult u goed begrijpen waar ik het over wil gaan hebben.

Ik wil het namelijk met u hebben over Newspeak, de taal die het regime, bestaande uit de partij/ideologie Ingsoc, afgeleid van English Socialist Party, invoert in Oceania, een van de superstaten in dit boek. En om die taal op een goede manier te kunnen linken aan het hier en nu, moet dat wel met de originele Engelse woorden.

Waarom dit momenteel zo relevant is? Ik werd laatst getroffen door een vreemd gevoel. Voor de zoveelste keer was er op tv/laptop, mijn persoonlijke telescreen zo u wil, een item over Trump en zijn adviseurs, de inner party. De onderwerpen waren alternative facts en fake news. Termen die we ondertussen te pas en te onpas tegenkomen. In mijn hoofd begon echter een langzaam proces op gang te komen, een proces dat zou leiden tot de herinnering die ik vandaag met jullie wil delen. In 1984 worden namelijk veel nieuwe en door Orwell verzonnen termen gebruikt, hiervoor heb ik er al een paar benoemd, maar de meest bekende als room 101, big brother of BB en doubleplusgood komen daar nog eens bij.

De termen waar het mij echter om gaat, zijn de termen: Misprint, malquoted en malreported. Deze drie termen betekenen in de basis hetzelfde; een foute weergave door de media van de mening of doelen van de overheid, in de ogen van diezelfde overheid. En dit is waar ik me zorgen begon te maken over wat er nu gaande is in de wereld en dan in het bijzonder in de Verenigde Staten en in ons eigen land.

Als we één ding hebben geleerd in onze millennia hier op aarde dan is het wel dat kennis macht is. En degene die gezaghebbend deze kennis verspreidt is misschien wel de machtigste. Het is dan ook niet voor niks dat ik mij ontzettend kan opwinden over het beknotten van de vrijheid van de media. Als de overheid zich actief met media gaat bezighouden, leidt dat enkel tot onheil. Dit is ook de reden dat in 1984 zoveel aandacht aan de manipulatie van de media, vooral ook manipulatie achteraf, wordt besteed.

En heel lang heb ik gedacht: ”Wat een onzin, feiten zijn feiten.” En natuurlijk, op het moment dat Winston, hoofdpersoon in het boek, wordt gemarteld en verteld wordt dat 2+2 ook prima 5 kan zijn, dacht ook ik, wellicht na foltering, zou ik andere feiten kunnen zien. Maar wat blijkt nu, heden ten dage is het doodnormaal dat politici willens en wetens leugens verspreiden en nog zorgwekkender, zelfs objectieve feiten, bijvoorbeeld uitspraken, opgenomen door verschillende televisiestations, ontkennen.

Onwillekeurig schoot even door mijn hoofd, wat nou als de politici in kwestie gelijk hebben en de heersende klasse die beelden van al die zenders achteraf heeft gemanipuleerd en aangepast. Maar misschien is dat wel een thought crime.

Hoe het ook zij, dat 1984 een meesterwerk is, daar zijn de meesten die het boek gelezen hebben, het wel over eens. Daarnaast, alleen al het aantal nieuwe woorden dat Orwell op deze wijze heeft toegevoegd aan de Engelse taal, laat zien dat de invloed van het boek tenminste op die manier groot is.

Ikzelf heb jaren gedacht dat de dystopische toekomst die Orwell schetste veel te onrealistisch was. Ik begin mij het laatste jaar echter wat meer zorgen te maken. Niet dat ik een grote angst heb voor welke Amerikaanse president of Nederlandse partijleider dan ook, veel zorgwekkender is dat de ostentatieve manipulatie van de (sociale) media door de samenleving wordt gezien als de normaalste zaak of zelfs helemaal niet wordt gezien. En hier komt de moeilijkheid, omdat de media vrij moeten zijn, kunnen we ook niet heel hard optreden tegen de manipulatie van nieuwsberichten. Men is tenslotte vrij om te publiceren wat men wil. Als we dit anders willen zien, dan zal er een instantie moeten komen die kan censureren en…. Jawel aanpassen of verbieden na publicatie. En daarmee is de cirkel van media manipulatie rond. En natuurlijk kunnen nu al sommige grootschalige en kwetsende leugens langs juridische weg worden gecorrigeerd, de grootste en meest wijdverbreide leugens kunnen echter nog steeds niet of moeilijk worden aangepakt.

Wat moeten we nu dan als kritische mediaconsument? Laten we beginnen met een breed aantal bronnen wanneer we media tot ons nemen. Zeker als het gaat om gratis media. Dat brengt me meteen bij een tweede punt, laten we vooral ook geld uitgeven aan onze nieuwsmedia zodat professionele journalisten en onderzoekers in ieder geval de grootste troep eruit wieden. Begrijp mij niet verkeerd, ook hier kan absoluut sprake zijn van vooroordelen en manipulatie maar de kans is doorgaans iets kleiner, en belangrijker, doorgaans weet u uit welke hoek de vooroordelen komen. Zo zal het niemand verbazen als de Telegraaf iets positiefs over rechtsere law and order partijen zegt of wanneer de Volkskrant de linksere partijen in het zonnetje zetten. Hier komt mijn eerste punt daan weer van pas. Tot slot, simpeler kan bijna niet, geloof niet alles wat u leest! Twijfel aan berichten die u vreemd in de oren klinken maar bedenk ook bij informatie die u logisch in de oren klinkt, dat het niet de waarheid hoeft te zijn.

Afsluitend ben ik het u eens wanneer u zegt dat u malreporting en malquoting nog iets enger vindt dan een individuele politicus die bewust valse of oneigenlijke informatie verspreidt. Maar het komt wel verdraaid dicht bij elkaar als een president of partijleider dit individu zijn. Als zij dit als persoon al doen en kennelijk goed vinden, is het maar een kleine stap naar Ingsocachtige media taferelen.

Dictator Erdogan

Dictator Erdogan

We zien het al zeker een jaar aankomen. Maar de afgelopen week begint het steeds duidelijker te worden. Erdogan wil de macht die hij nu heeft opgebouwd door gebruik te maken van de noodtoestand niet uit handen geven.

Het parlement heeft ingestemd met een verregaande grondwetswijziging. Door deze wijziging zal de president buitengewoon veel macht krijgen en daarnaast zal Erdogan tot 2029 in plaats van 2019 aan kunnen blijven. Voor de goede orde, conform de huidige constitutie moet de bevolking in een referendum deze wijzigingen nog wel goedkeuren. Het ziet er echter naar uit dat de bevolking in grote meerderheid voor het voorstel zal stemmen, ook niet heel gek zonder onafhankelijke media.

Is het nou wel zo’n groot probleem, een president met grote uitvoerende macht? In principe hoeft het natuurlijk helemaal niet erg te zijn, mits de rol van de volksvertegenwoordiging en de rechterlijke macht sterk is danwel blijft en die de mogelijkheid hebben elkaar en dus ook de president bij te sturen. Want een president die rechters aanstelt, wetten kan vetoën en decreten kan uitvaardigen, kennen we ook uit de VS.

Alleen is het daar altijd de volksvertegenwoordiging die rechters kan weigeren of een veto van de president kan overrulen. Daarnaast kan het supreme court zelfs een presidentieel decreet ongrondwettelijk verklaren. En als er niks meer werkt, is er altijd nog de pers die, hoewel zeker niet onpartijdig, zeer scherp en hard kan en zal zijn. Hetgeen in ultimo zelfs tot een impeachment kan leiden.

Het probleem in Turkije is dat alles in één hand zit. Alles is onderdeel, direct of indirect, van de AKP. Daarnaast zijn de onafhankelijke media volledig (mond)dood gemaakt. Hetgeen betekent dat alle informatie die mensen tot zich nemen uit kranten, radio en televisie door de overheid en dus de AKP en dus Erdogan beheerst worden.

Dat betekent dus dat het parlement, de media, de uitvoerende macht, de rechterlijke macht, de politie en het leger door een en dezelfde partij worden beheerst. Deze partij zal na de grondwetswijziging weer geleid kunnen worden door Erdogan zelf(hij is als president conform de grondwet officieel onafhankelijk) waarmee hij de facto en de jure leiding geeft aan het volledige land inclusief alle instellingen.

We zien dus dat Erdogan, na deze wijziging daadwerkelijk als een dictator kan regeren. Zijn woord zal, welhaast letterlijk, wet zijn. Dit brengt veel problemen met zich mee, niet alleen binnen Turkije zelf of onze Nederlandse samenleving, maar juist ook op het internationale toneel. Want de toenadering van Turkije tot Rusland en daarmee de mogelijke verwijdering van de NAVO. Gecombineerd met de geografische positie van Turkije ten opzichte van de vluchtelingen uit onder anderen Syrië. En dat dan weer afgezet tegen EU toetredingsonderhandelingen, laat redelijk helder zien hoe ondoorgrondelijk de diplomatieke situatie rond Turkije is en zal zijn.

We gaan met dictator Erdogan dus wederom een spannende en helaas verontrustende periode in.

Een pleidooi voor dubbele achternamen

Een pleidooi voor dubbele achternamen

Vandaag heeft minister Van der Steur, naar aanleiding van een petitie, een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij aangeeft dat hij geen wet zal maken die het mogelijk maakt kinderen de achternamen van hun beider ouders te geven. Hij stelt:” Door mijn ambtsvoorgangers is uw Kamer bericht dat er veel waardering bestaat voor het rapport van de werkgroep, maar dat niet is gebleken van dermate grote en urgente maatschappelijke problemen op het gebied van het naamrecht dat een fundamentele wijziging van wet- en regelgeving op korte termijn noodzakelijk is(…). Ik zie geen aanleiding om dat standpunt nu te herzien.” Het gaat hierbij om het rapport: “Bouwstenen voor een nieuw naamrecht” uit 2010, waarin het mogelijk maken van dubbele achternamen wordt aangeraden. Ik denk dat dit een verstandig advies is waar ik hier graag verder op in ga.

Maar hoe zat het ook alweer met het geven van achternamen? De huidige regels heb ik hieronder overgenomen van de website van de rijksoverheid.

Situaties waarin kind automatisch achternaam krijgt

Als u niet kiest voor een achternaam, dan krijgt uw kind automatisch de naam van de vader of van de moeder. Dit hangt af van uw gezinssituatie:

Getrouwde of geregistreerde ouders (van verschillend geslacht – heterostellen)

Uw kind krijgt automatisch de achternaam van de vader. U kunt ook kiezen voor de achternaam van de moeder. U moet dan samen naar de ambtenaar van de burgerlijke stand. Daar geeft u aan de naam van de moeder te kiezen. U kunt dit doen voor de geboorte of bij de geboorteaangifte.

Ongetrouwde ouders (van verschillend geslacht – heterostellen)

Uw kind krijgt automatisch de achternaam van de moeder. Wilt u dat het kind de achternaam van de vader krijgt, dan moet hij het kind erkennen. De keuze voor de achternaam van het kind vindt plaats bij de erkenning. U moet hiervoor beiden in persoon verschijnen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Erkenning is mogelijk voor de geboorte, tijdens de aangifte van de geboorte of op een later moment na de geboorte.

Ouders van hetzelfde geslacht (2 mannen)

Adopteert u met een andere man een kind, dan kunt u de achternaam van 1 van u beiden kiezen. Voorwaarde is wel, dat het uw eerste kind is. Als dat niet het geval is, krijgt het kind dezelfde naam als de andere kinderen. De naamskeuze vindt plaats ter gelegenheid van de adoptie bij de rechter.

Ouders van hetzelfde geslacht (2 vrouwen)

Als 2 getrouwde of geregistreerde vrouwen een kind krijgen geldt het volgende:

De moeder wordt zwanger door een onbekende donor in de zin van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting. Het kind krijgt de naam van de duomoeder. Maar alleen als de moeder automatisch juridische ouder wordt bij de geboorte. Ze kunnen ervoor kiezen dat het kind de naam van de biologische moeder krijgt.

De moeder wordt zwanger door een bekende donor en de duomoeder erkent het kind. Het kind krijgt de naam van de biologische moeder. Via naamskeuze is het mogelijk dat het kind de naam van de duomoeder krijgt.

Dat was dan de, wat lange, inleiding. Want waarom is dit überhaupt belangrijk? Waarom boeit dit? Laten we eerst met het principe beginnen, waarom zou het níet mogelijk zijn om een willekeurige achternaam te kiezen? Wellicht dat een totaal vrij keuze niet heel handig is in verband met registratie en dergelijke, aan de andere kant waarom eigenlijk niet? Waarom zou men werkelijk iedere voornaam kunnen kiezen maar vastzitten aan een achternaam? Het is ook niet zo dat we daardoor gelijke namen voorkomen. Sterker nog, met het aantal De Boers, Vissers en Bakkers, is het vrij waarschijnlijk dat doublures veelvuldig voorkomen. Maar ok, laten we voor het gemak aannemen dat een volledig vrije keuze nu nog even een stapje te ver is voor de discussie. Maar een kind de achternamen van beide ouders, al dan niet, tot één naam samengevoegd, geven, is helemaal geen gekke gedachte natuurlijk. Daarbij moet op enig moment natuurlijk wel een maximum worden gesteld aan het aantal samen te voegen namen omdat anders de achternaam, na enkele generaties, wellicht in fysieke zin niet meer in een paspoort past, maar daar zijn internationaal al regels voor. En bij het doorgeven van achternamen naar een tweede of derde generatie zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten zijn om wederom een keuze te maken tussen de te gebruiken achternamen, zoals in België sinds 2014 mogelijk is. Of we kunnen standaard twee achternamen meegeven zoals in Denemarken, en in een variant ook in China, jarenlang normaal was en dus wettelijk goed mogelijk. U ziet het, heel veel praktische oplossingen die zelfs al internationaal en door de EU erkend zijn.

Maar zijn er nog andere redenen dan de principiële keuzevrijheid? Jazeker, het zal u niet zijn ontgaan dat onze huidige wetgeving extreem seksistisch is. Maar dan ook echt op het bizarre af. Vooral het verschil tussen een getrouwde en een ongetrouwde vrouw, al dan niet heteroseksueel, en de standaard achternaam die het kind dan krijgt, spreekt boekdelen. Als een vrouw getrouwd is, doet ze er kennelijk niet meer toe en gaat de achternaam van de geregistreerde partner voor, tenzij beide echtelieden besluiten dat het de naam van de geboortemoeder moet zijn. Dit terwijl de logische keuze de standaard is voor de ongetrouwde vrouw, namelijk dat het kind de achternaam van de moeder krijgt. De biologische moeder is de enige waarvan vaststaat, draagmoederschap van een foetus daargelaten, dat zij in biologische zin gerelateerd is aan het geboren kind. Dit betekent dus dat de wetgever lijkt te vinden dat een getrouwde vrouw haar naamrechten opgeeft, ook voor het nageslacht, tenzij er actief een andere keuze wordt gemaakt. Nou snap ik dat er een standaard keuze moet zijn, maar waarom is die niet bij alle geboortes dezelfde? Voor diegenen die ook de achternaam van de partner, vanuit het verleden in de meeste gevallen de vader, dan terug willen zien, zou het mooi zijn als iemand twee achternamen kan voeren. Ik denk dan aan het klassieke Deense systeem met een voornaam, matriarchale naam biologische moeder, patriarchale naam partner. Op deze manier worden beide ouders, indien aanwezig en gewenst natuurlijk, erkend.

Dan is er nog een derde argument, en dat is het argument van de diversiteit. We zien in onze samenleving steeds vaker dat partners met een diverse culturele achtergrond met elkaar trouwen/samenwonen/kinderen krijgen. Hierbij neem ik gemakshalve mijzelf maar even als voorbeeld. Zelf ben ik Nederlands, mijn verloofde is Deense. Mochten wij ooit kinderen krijgen, dan is het heel erg gek als die kinderen slechts mijn zeer Nederlandse, Van Run, of haar zeer Deense, Kvist, achternaam kunnen voeren. Ik zou het prettig vinden als het mogelijk zou zijn om beide culturen terug te zien in de achternaam.

Alles overziend, denk ik dat het verstandig zou zijn geweest als de minister nu in alle rust een traject had ingezet om te komen tot een wet die een vorm van dubbele achternamen mogelijk maakt. Want de vraag was er in 2006 al en is er nu in 2016 nog steeds. Dat betekent dat de wens niet is vervallen. Dat dit wellicht niet het allerbelangrijkste stukje wetgeving is, dat snap ik ook wel, maar waarom is er in 2010, na het rapport, niet gewoon rustig begonnen? Dan hadden we nu een knappe wet kunnen hebben. Ik hoop dat onze parlementariërs hun verantwoordelijkheid nemen en de minister opdracht geven toch te beginnen aan een traject tot wetswijziging of dat zij anders zelf komen tot een wet. Want er zijn wat mij betreft genoeg redenen om onze wetgeving aangaande achternamen, overigens niet alleen voor baby’s, eens goed op de schop te nemen. En of we dan uitkomen op twee achternamen of een achternaam met een streepje, mij is het om het even, zolang het maar mogelijk, dus niet verplicht, wordt achternamen te combineren.

Je suis(-/ )moe

Je suis(-/ )moe

Vandaag een stukje dat ik in juni schreef na de aanslag in Istanbul. De enige wijzigingen zijn dat ik Istanbul heb vervangen door Berlijn en deze twee zinnen heb toegevoegd.

Nee, niet weer een aanslag! Jawel, het is weer zover, ditmaal in Berlijn. Een verschrikkelijke en wederom zeer bloedige aanslag. Hier treft u een lijst aan met het werkelijk idiote aantal aanslagen wereldwijd van alleen al dit jaar: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_terrorist_incidents,_January%E2%80%93June_2016

Dit is een lijst waar, vrijwel, alle aanslagen opstaan en waar ongetwijfeld over gediscussieerd kan worden, of iets wel of niet een terroristische aanslag is, of “gewoon” een oorlogsdaad. Voordeel aan deze lijst is dat ook de aanslagen buiten de westerse wereld er in staan. Het aantal is voor mij echt te bizar en haast niet te begrijpen. En dit gevoel kom ik meer en meer tegen.

We zullen vandaag de je suis-hashtags wel weer gaan tegenkomen en ik denk dat het ook goed is om onze gevoelens op een manier te uiten. En deze hashtags zijn een makkelijke en prettige manier voor veel mensen om hun emoties in acties om te zetten. Ook zorgt het voor een prettig groepsgevoel, wij met z’n allen in vrijheid, tegen hullie in onvrijheid. Er zit ook een andere kant aan, naast de je suis-moeheid die ondertussen opkomt, merk je ook dat er aanslagen zijn gepleegd waar geen hashtag voor was.

Rond de aanslag in Orlando verschenen verwijtende artikelen geadresseerd aan mensen die hun profielfoto bij iedere aanslag hadden aangepast of berichten met je suis-hashtags hadden geplaatst en nu niks aan hadden gepast of hadden geplaatst. Daarvoor had je die discussie ook op kleinere schaal bij aanslagen in Irak en Nigeria. Laat ik helder zijn, ik plaats deze hashtags niet. Vooral om alle slachtoffers op dezelfde manier te kunnen eren. Want ik weet ook zeker dat ik een aanslag zal missen en dat zou ik vervelend vinden. Daarnaast zou ik het helemaal vervelend vinden als daaruit een beeld zou ontstaan dat ik het niet zou doen omdat ik een aanslag nier erg zou vinden.

Moeten we gewoon op houden met de hashtags? Nee, met het grote aantal aanslagen van dit moment komt er vanzelf weer een nieuwe hashtag en dan begint de vermoeidheidscyclus weer opnieuw. Het enige waar we op kunnen hopen is dat het terrorisme wat zal afnemen waardoor deze hashtags niet meer binnen anderhalf jaar al versleten zijn.

Een kiesdrempel?

Een kiesdrempel?

Het blijft leuk, bij elke verkiezing hebben we in dit land onze vaste tradities. Bij lokale verkiezingen gaan we duiden of lokale partijen links of rechts zijn en of het nou verstandig is lokaal te stemmen. Bij verkiezingen voor waterschappen en provincies discussiëren we of we niet gewoon zonder midden bestuur kunnen. Bij de Europese verkiezingen praten we over de zin en onzin van Europa en of we de EU niet af moeten schaffen. En, zoals nu, bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer hebben we het debat aangaande de kiesdrempel. Hieronder zullen we het hebben over enkele argumenten voor en tegen. Ik pretendeer niet compleet te zijn maar de meest gebruikte argumenten probeer ik wat nader te onderbouwen waarna ik zal komen tot een conclusie.

Een kiesdrempel is niks anders dan een minimum percentage dat een partij moet halen om überhaupt in de kamer te komen. In Nederland hebben we formeel geen kiesdrempel, wél moet er minimaal 1 zetel worden gehaald om de Kamer in te kunnen komen, dus men zou kunnen zeggen dat er de facto een drempel van 0,67% is. Vaak wordt hierbij het voorbeeld van Duitsland aangehaald waar dit percentage 5% is, zie bovenstaand plaatje voor overige voorbeelden. In Nederland zou dat dus neerkomen op 7,5 zetels in de Tweede Kamer. Iedereen die daaronder zit, staat dus met lege handen en komt niet in de kamer. Bijgevoegd een tabelletje gebaseerd op de uitslag van 2010 en de peilingen in 2012. De lijnen vertegenwoordigen kiesdrempels van 3, 5 en 10% en 10 zetels. Dit om een beeld te krijgen wie er buiten de boot zouden vallen als we een drempel zouden invoeren.

kiesdrempel-gevolgen-1

Maar wat zijn nou de argumenten voor zo’n kiesdrempel? Die zijn vooral gelegen in de relatieve eenvoud waarmee een regering gevormd kan worden. Momenteel zouden sowieso slechts 5 a 6 partijen een van de vier voorgestelde mogelijke kiesdrempels halen. De stemmen die verloren gaan door niet vertegenwoordigde partijen worden overigens weer verdeeld over de wél verkozen partijen die daardoor dus nog wat groter worden dan ze nu zijn. Dat maakt het dus eenvoudiger om met twee of drie partijen een stabiele meerderheidsregering te vormen. Daarnaast zullen de partijen die verkozen worden, breder zijn. Dat wil zeggen, veel aanhangers van kleinere partijen die nu niet verkozen raken, zullen zich aansluiten bij een van de grotere partijen. Hierdoor zullen deze partijen extremere flanken krijgen en dus ideologisch veel breder worden, denk hierbij, wat betreft brede ideologie, aan de twee belangrijkste partijen in de Verenigde Staten. Hierdoor zullen de grote partijen makkelijker naar beide kanten van het spectrum kunnen uitwijken dan zij nu doen omdat de flanken van de verschillende partijen elkaar nog meer zullen raken dan nu reeds het geval is.

Dan de argumenten tegen de kiesdrempel. Het eerste argument is heel simpel. Er zullen stemmen verloren gaan. Op dit moment gaat ongeveer 1% van de stemmen verloren door stemmen die worden uitgebracht op partijen die geen zetel halen. Op het moment dat we het hebben over een kiesdrempel van 5%, en de huidige situatie qua partijsamenstelling, praat je al bijna over 15% verloren stemmen. Daarnaast zal het vele malen moeilijker worden om een nieuwe partij te starten. Veel partijen in het Nederlandse stelsel komen met maximaal 5% in de kamer, als ze er al in komen. Daar komt in Nederland nog eens bij dat een partij pas serieuze financiële overheidssteun krijgt als de partij daadwerkelijk zetels in de Tweede Kamer heeft. Dus het wordt voor partijen vrijwel onmogelijk om verkozen te worden, waardoor zij financieel zo ver achter komen op de zittende partijen dat het vrijwel onmogelijk wordt die achterstand in te halen.

Hoe moeten we deze argumenten voor en tegen nou wegen? Vrij moeilijk, het hangt er namelijk van af wat het doel van de Tweede Kamer/de democratie is. En dat, heb ik ondertussen geleerd, is zeer persoonlijk. Zelfs binnen een partij die het woord democraten of een andere die het woord democratie in de naam hebben, zijn er voorstanders voor beide zijdes te vinden. Ikzelf ben van mening dat we het beste veel kleine partijen kunnen hebben, en dus geen kiesdrempel, behalve dan de kiesdeler, zodat we de pluriformiteit van onze samenleving terug zien in het parlement. Ook ik ben absoluut gevoelig voor een grotere efficiëntie in het debat en in eenvoudiger regeringsonderhandelingen maar democratie mag wat kosten wat mij betreft. Daar komt bij dat ik liever 10 stemmen terug hoor in het debat waar ik het ten zeerste mee oneens ben dan dat ik maar een half woord mis waar de wereld beter van zou kunnen worden.

Er is een verdrag… Toch?

Er is een verdrag… Toch?

De kogel is door de kerk. Het associatieverdrag van de EU met de Oekraïne lijkt er toch te gaan komen, met een kattenbelletje eraan waardoor Nederland zich prettig moet voelen . Het moge bekend zijn dat ik gematigd voorstander was en ben van dit verdrag. In dat opzicht is het voor mij dus een goede avond. De grote vraag gaat nu zijn hoe de regering de Tweede en later de Eerste Kamer gaat uitleggen wat ze met het nee van het referendum heeft gedaan.

Vanzelfsprekend brult Wilders alweer om het aftreden van de regering maar dat is, ondanks de traditie die het ondertussen is geworden, toch vreemd. Het referendum was namelijk raadgevend, niks meer en niks minder. Het is dus een advies dat de regering en de kamer moeten meewegen. Dat hebben zij in een debat gedaan en ook in de verschillende fractievergaderingen etc. Op basis daarvan is de regering naar Brussel gegaan om met in het achterhoofd deze discussies en het nee toch te komen tot een akkoord in de EU. En dat is gelukt. Ben ik daar dan boos over? Nee zeker niet, zowel de PVDA als de VVD waren tenslotte voorstander van het verdrag. Dat is door het referendum niet veranderd. Ook lijkt het advies, dat uit het referendum is gekomen, om toch tegen te stemmen niet zwaar genoeg voor hen te wegen om hun mening te herzien. Niks mis mee dus.

Wat nu moet gebeuren is dat de oude wet wordt ingetrokken of dat de kamer wordt voorgesteld de uitslag naast zich neer te leggen en toch door te gaan met de oude wet. Mijn vermoeden is dat de wet ingetrokken moet gaan worden en dat het aangepaste voorstel dan opnieuw wordt ingediend. Ik ben benieuwd of het juridisch mogelijk gaat zijn om de wet als het ware te amenderen en hem dan in te voeren zonder nieuwe indiening. We gaan het zien en de nodige rechtszaken lopen al, dus op die uitslag loop ik niet vooruit, want zoals u ondertussen weet, ik kan niet voorspellen.

Ben ik nu verontwaardigd? Ben ik woest? Teleurgesteld? Nee, niks van dat alles. Ik denk dat de regering een serieuze afweging heeft gemaakt na het referendum. Ik denk dat er in Brussel is onderhandeld om in ieder geval optisch tegemoet te komen aan sommige argumenten tegen het verdrag. Met de tegenstanders ben ik het echter ook eens dat nee nee is. En dat is precies de zwakte van een (raadgevend) referendum, er is geen nuance en geen debat mogelijk na afloop. Er is een ja of een nee. En zolang het referendum raadgevend is, moet je dus, als je toch door wil gaan, hetgeen gewoon wettelijk is toegestaan, laten zien dat je het advies hebt meegewogen.

Maar hoe kan je serieus laten zien dat je dit advies hebt meegewogen? Als dat enkel in het parlement gebeurt, komt al snel het verwijt dat alles al voorgekookt was. Dus op het moment dat er een tekst aan het verdrag wordt gehecht is dat weldegelijk een signaal dat er is geluisterd en een teken dat er objectief iets is veranderd. Is het daarmee goed? Nee, dat dan weer niet. Maar dat is de regering in die zin niet te verwijten. Uiteindelijk moeten de regering en het parlement doen wat het beste is voor Nederland en daarboven moeten de Kamerleden zelfstandig een keuze maken. Dat heet stemmen zonder last. Nou is het belobbyen van Kamerleden de normaalste zaak van de wereld en ik zie dit referendum eigenlijk als een hele grote lobby. Zolang Kamerleden zonder last besluiten moeten nemen, kan enkel een bindend referendum het effect hebben dat tegenstanders van het verdrag voor ogen hadden. Want als gekozen parlementariërs bij iedere lobby zomaar om zouden gaan, zouden we toch echt een probleem hebben in onze democratie. Mochten de Tweede en Eerste Kamer dan ook voor dit verdrag stemmen, dan kan ik ze enkel complimenteren met dit zware besluit. Zelden hebben zij dan namelijk meer druk moeten weerstaan om toch het juiste te doen.

Overigens ben ik nog steeds van mening dat de huidige referendumwetgeving per direct moet worden afgeschaft of vervangen moet worden door een bindend referendum. Dit laatste ook zodat de Kamerleden niks meer te zeggen hebben over de referendum uitslag en deze uitslag gewoon definitief is. Hierdoor beschermen we naast de (directe) democratie ook het kunnen besluiten zonder last door onze volksvertegenwoordiging.

Italiaanse toestanden

Italiaanse toestanden

Afgelopen zondag was er een referendum in Italië. Het ging hierbij om een referendum over een wijziging in de grondwet. Door de wijziging zou het volledige Italiaanse staatsbestel op de schop gaan, zowel op landelijk, regionaal als lokaal niveau. Het ging nu eens een keer niet om een zwak raadgevend referendum, het ging om een heerlijk bindend referendum. De uitkomst werd echter door de premier nog belangrijker gemaakt, hij verbond namelijk zijn politieke lot aan de uitslag.

Hiermee werd de uitslag van het referendum ineens interessant voor het buitenland, en dan vooral de Europese Unie. Want de angst was dat als Renzi zou verliezen en dus zou opstappen er nieuwe verkiezingen zouden worden uitgeschreven die vervolgens door de vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo zouden worden gewonnen. En ondanks dat Grillo een komiek is, zijn de standpunten van zijn partij aangaande de EU allesbehalve grappig in de ogen van de EU. Er werd dan ook serieus rekening mee gehouden dat, mocht hij winnen, Italië weleens uit de EU(ro) zou kunnen stappen.

Renzi heeft dus ondertussen verloren en zijn ontslag aangeboden. Dit werd geweigerd door president Mattarella omdat hij vond dat Renzi eerst de begroting door de senaat moest krijgen. Dit werd uiteindelijk afgelopen woensdag versneld gedaan zodat hij in de avond alsnog kon aftreden. Mattarella accepteerde zijn ontslag maar vroeg hem om demissionair aan te blijven. Dit omdat op 24 januari het constitutionele hof in Italië zich een mening zal vormen aangaande nieuwe kieswetten. De president acht het niet opportuun om op basis van een kieswet die bij het constitutioneel hof onder revisie is nu nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Dit is een meer dan te begrijpen standpunt. Het zorgt echter ook voor een tijd van onzekerheid en potentiële chaos en dat is slecht nieuws, ook voor ons. Zo is de waarde van de euro direct gedaald na het bekend worden van de uitslag. Ik hoop dat de president na 24 januari zo snel als mogelijk nieuwe verkiezingen uitschrijft of dat er een regering van nationale eenheid wordt ingesteld zodat we zo snel mogelijk weten waar we aan toe zijn.

Ik ben overigens niet bang voor een eventuele Italeave. Ik denk dat het veel gevaarlijker is voor de EU als de elite van de EU de bezwaren van de bevolking blijft wegwuiven. Want of kritiek en angst nou wel of niet terecht zijn, ze zijn er. En als die niet worden weggenomen, zal men deze een plaats moeten geven, anders doet het electoraat dat namelijk zelf wel. Het gaat dus veel meer om het accepteren van de imperfecties van de EU door de elite dan iets anders.

De beste vergelijking is misschien wel die van ouders die trots zijn op hun zoon en niks slechts over hem willen horen. Ze wuiven alles weg wat maar negatief is en overladen hem met liefde, aandacht en geld. Tot ze op een dag worden gebeld omdat zoonlief vastzit in de gevangenis voor winkeldiefstal. Ik heb het gevoel dat de politieke elite van de EU momenteel in deze fase van totale shock verkeert. Ergens wisten ze het wel en zagen ze het stiekem ook wel een beetje maar tegen beter weten in weigerden ze het te geloven. Laten we hopen dat de “ouders” nu de juiste beslissing nemen en de EU op zijn kop geven en nog eens goed kijken naar wat er goed en minder goed gaat en op basis daarvan komen tot zinvolle hervormingen om de EU naar de volgende fase van zijn bestaan te leiden. Hierbij moeten Europese leiders ook eens goed te rade gaan bij de samenleving want nu lijken ze veel te ver voor de troepen uit te lopen.

Calheiros is, na een dag, enigszins, soort van, voorlopig, terug

Calheiros is, na een dag, enigszins, soort van, voorlopig, terug

Ik schreef gisteren over de voorzitter van de Braziliaanse senaat, de heer Calheiros en dat hij vanwege een corruptierechtzaak uit zijn functie was gezet. Gelukkig gaf ik daar al bij aan dat het hooggerechtshof daar in zijn geheel nog een besluit over moest nemen. En dat is vandaag dus gebeurd.

De hoogste rechters in Brazilië hebben namelijk besloten met 6 voor en 3 tegen dat Calheiros gewoon voorzitter van de senaat kan blijven. Wel is hij uit de opvolgingslijn voor het presidentschap gehaald zodat hij gedurende de rechtszaak nooit president kan worden. Hij is dus té verdacht om president te worden, maar nog nét niet verdacht genoeg om uit zijn functie te worden ontzet.

Nou ben ik op zich groot fan van juridische bijzonderheden en staatsrechtelijke noviteiten maar ik maak me toch meer en meer zorgen over de staat van de Braziliaanse rechtspraak. Overigens maak ik me nog meer zorgen over de stand van het moreel besef van politici aldaar. Want we mogen over Nederland en Nederlandse politici echt heel veel vinden en dat vind ik ook prima, maar op het moment dat er dit soort aantijgingen spelen, is er geen vraag meer en treden mensen, al dan niet gedwongen, terug.

Het is vooral de totale afwezigheid van dit gevoel waar ik mij zorgen om maak. Gelukkig is Brazilië in fysieke zin ver weg, economisch is het echter wereldwijd een top 10 speler en dat zullen ze de komende jaren ook blijven. Daarnaast zijn ze voor Nederland ook niet onbelangrijk, volgens de RVO hebben Nederlandse ondernemingen belangen van ongeveer 14 miljard in het land. Het is dus weldegelijk cruciaal dat we ons vergewissen van wat er gebeurt aan de Copacabana. Laten we hopen dat de regelmatige protesten in ieder geval enig positief effect gaan sorteren.

Weer een Braziliaans politicus afgezet

Weer een Braziliaans politicus afgezet

Vandaag is het de beurt aan Renan Calheiros, hij was tot gisteren voorzitter van de senaat en daarmee na de vice president, die Brazilië nog steeds niet heeft, en de voorzitter van het huis van afgevaardigden de derde, en door afwezigheid van een VP dus tweede, in de lijn van opvolging voor de president.

Hij is afgezet door een rechter uit het Braziliaans hooggerechtshof omdat hij wordt vervolgd voor het aannemen van smeergeld. Hij zou geld hebben aangenomen van een bouwbedrijf, dit geld zou vervolgens gebruikt zijn om een buitenechtelijke dochter, overigens geboren uit zijn relatie met een journalist, financieel te ondersteunen. Een meerderheid van hoge rechters kan het besluit nog terugdraaien maar aangezien dit besluit gebaseerd is op zeer recente jurisprudentie, zal dat niet snel gebeuren.

Daarmee is Calheiros na Dilma Rousseff de tweede, hoge, politicus die in korte tijd het veld gedwongen moet ruimen. Hij zal overigens niet de laatste zijn, het Petrobras schandaal begint pas net. Interessant is hierbij dat beide politici genoemd worden in dit Petrobras schandaal maar dat het in beide gevallen niet de reden is dat ze zijn afgezet.

Wie de volgende is die wordt afgezet? Goede vraag. Ik denk dat Michel Temer een goede kans maakt, de beschuldigingen beginnen ook hem om de oren te vliegen.. Het lastige is alleen dat bij de president een volledige impeachment hoorzitting met alles erop en eraan nodig is en dat dus veel tijd kost en (politieke) overtuigingskracht omdat niet enkel het hooggerechtshof beslist. Wellicht dus dat toch een van de andere verdachten in het Petrobras schandaal eerst gaat. President Temer heeft afgelopen week overigens een wet getekend waardoor het monopolie van Petrobras op de diepe olievelden wordt opgeheven en het mogelijk wordt voor private partijen om deze olie naar boven te halen. Er lijkt dus, in ieder geval voor de bühne, wel iets te verbeteren.

Ik hoop dat de Brazilianen nu echt schoon schip kunnen maken. De corruptie die het land op alle niveaus teistert is dusdanig dat die het volledige land destabiliseert. Ik hoop dat er een soort “mani pulite” onderzoek start, net als in Italië in de jaren 90. Ik wil niet zeggen dat Italië nu een walhalla van democratie en transparantie is, maar het is al tig keer beter dan destijds. Om dit te bewerkstelligen, is het cruciaal dat het onderzoek naar het Petrobras schandaal verder wordt uitgebreid en nog verder de haarvaten van de Braziliaanse politiek in gaat. Alleen op die manier is er een kans dat Brazilië stabiel wordt.